Het is warm. Zeg maar smoorheet. Je hoeft niet meer naar zuidelijke streken of het Caribisch gebied om de zinderde zonnestralen van de vroege ochtend tot de late avond op je huid te voelen schroeien. Is het de klimaatverandering? Of is het toeval? De vijgenbomen genieten ervan. Ze absorberen de warmte in hun open handvormige bladeren. Ze vullen hun vruchten met stroperig zomergoud. Ook de olijfboompjes in pot komen volop aan hun trekken. Er zijn al boeren die vooruitzien. In plaats van aardappels poten gaan ze olijven kweken. Voor al het inheemse groeisel is het gieten geblazen. Je hoort de bloemen roepen en ziet de mais wegkwijnen. Met de nodige verzorging overleven ze deze tropische omstandigheden. Net zoals jij. In de schaduw is het nog om uit te houden. Zeker als er een verkoelend briesje staat. Hangen, even iets doen en dan weer hangen. Je hebt ineens volledig begrip voor het veel langzamere tempo van de bevolking in warme gebieden. Je geest wil wel, maar je lichaam trapt op de rem. Een ventilator helpt de hete lucht met verplaatsen, waardoor het wat koeler lijkt. De omgeving heeft zich aan jouw chronische opvliegers aangepast. Op zo’n moment wens je dat je een flamingo was. Met van die stakerige pootjes, een roze geveerd bolletje met vleugels en een lange flexibele nek en snavel. Die steek je dan met het grootste gemak in het water om wat eten op te slobberen, af te koelen en even onder te duiken in de stille waterwereld. Als je een aantrekkelijker plekje wilt zoeken, wandel of vlieg je gewoon een stukje. Je landt daar waar je verwacht dat de meeste garnalen rondzwemmen. Of ze nu stoned zijn of niet; jij vindt ze heerlijk. Als flamingo ben je een roze temperatuurregelaar. Een goddelijk beeld met jouw ontregelde thermostaat. Zo dromend besef je dat de schaduw zich heeft verplaatst en dat je benen alweer beschenen worden. Onhandig verplaats je jezelf, drinkt nog wat water met citroen en kijkt naar het kinderzwembadje dat aanlokkelijk staat te stralen. Je besluit erin te gaan liggen. Even is dat heerlijk. Totdat je huid gaat rimpelen en je rug zeer doet. Je moet er toch maar weer eens uit stappen. Met gevaar voor eigen leven glibber je vasthoudend aan de veel te gladde rand uit het badje. Gelukkig heb je geen toeschouwers, want charmant is het niet. Je schudt jezelf wat uit, pakt een handdoek en op het moment dat je je hebt afgedroogd, breekt het zweet je alweer uit. Je denkt graag weer aan de flamingo’s, maar op de één of andere manier lukt het je maar niet om die rare roze olifant uit je hoofd te krijgen en je strompelt onhandig naar je ligstoel voor de zoveelste siësta.

