En als die ‘pot met goud’ aan het einde van de regenboog gewoon de door regen verzadigde grond is? En wat als de gefilterde zonnestralen hun respect aan de neerslag betonen door alle kleuren van het spectrum tevoorschijn te toveren? Je zou het bijna gaan denken na weken van droogte en rondvliegend woestijnzand. De natuur is zich na een koude periode vast rot geschrokken van die overrompelende abrupte wervelende warmte. De knoppen wisten niet hoe snel ze open moesten springen en het verse blad ontrolde zich verbaasd nog wat verder. In de hoop dat ze hun pracht niet al compleet zouden wegschenken, zo in de voorzomer. Je waant je in een zuidelijk land. Het lijkt vakantie, terwijl je gewoon werkt en in je eigen huis verblijft. De avonden zijn heerlijk van temperatuur, dus de eerste rondes van buiten eten en een barbecue zijn al genoten. Je voelt je vrij doordat je niet hoeft na te denken welke jas en sokken je aan zult doen. Je schiet gewoon je slippers aan. Door het buitenleven voel je je meer één met de natuur. Maar het kan ook teveel van het goede worden. De warmte kent ook haar verzengende kant, waardoor je weer noodgedwongen binnen moet blijven. Af en toe loop je naar buiten om toch wat zonnestralen op te vangen. Besmeerd met factor 50 en getooid met een hoofddeksel. Want inmiddels weet de mensheid dat vitamine d heel gezond is, maar de ultraviolette straling toch echt veel minder. Pech is niet nodig om er later de wrange vlekkerige vruchten van te plukken. Als het een hittegolf wordt, raak je zo gewend aan de warmte dat je het met een afgekoelde 24 graden alweer koud hebt. Het lichaam past zich blijkbaar best snel aan. En als het dan plots weer bewolkt wordt en er plenst regen uit de grijze massa, heeft het een vervreemdend effect met een gevoel van opluchting. De natuur zucht en het ruikt lekker ozonfris na zo’n malse bui. Alles is weer afgespoeld. De bladeren druppen na, de vogels zijn even stil en de paardenbloemen kunnen hun natte pluis niet laten opstijgen. Als het zonnetje doorbreekt en de regenboog staat aan de hemel, voel je jezelf blij. Je beseft dat je erg houdt van het grillige weer en de seizoenen. Misschien komt dat, omdat je jezelf erin herkent; vrolijk, boos, onstuimig en verdrietig; je hebt het allemaal in je. Je begrijpt jezelf weer een stukje beter. Dat heb je weer eens mooi uitgeplozen. Je kijkt nog eens naar de verregende uitgepluisde paardenbloem. Ook met hem komt het goed. Hij vangt zoveel mogelijk stralen op en je ziet hem zich voorzichtig weer uitstrekken. Klaar voor de start van een nieuwe lancerende vermeerdering.

