Spinnenbloem

Er was eens een muisje dat woelen als grootste hobby had. Maar ook ruiken aan planten vond ze fijn. Haar moeder vond dat allemaal prima. Voor één plant had moeder het muisje echter van kleins af aan gewaarschuwd. Dit was de gevaarlijke spinnenbloem. De bloem zag er erg verleidelijk uit met haar rode schutblaadjes en paarse kroon. Zo mooi, dan je er eigenlijk wel aan moést ruiken of je nu wilde of niet. Het muisje zorgde ervoor dat ze zichzelf niet in de verleiding bracht en bleef altijd op ruime afstand van de spinnenbloem. Op een dag was ze zo aan het woelen dat ze niet in de gaten had dat ze precies bij de spinnenbloem uitgekomen was. Ze stak haar kopje omhoog en nam met haar nog zanderige oogjes en neusje een diepe teug adem. Ze raakte bedwelmd en viel in een diepe slaap. Haar moeder zocht haar in de wijde omgeving. Tot haar schrik vond ze het muisje in dromenland pal onder de spinnenbloem. Ze riep wat buren op om het muisje mee naar huis te slepen. Ze werd neergelegd op een bedje van stro. Snel daarna vielen alle muizen in de straal van 10 meter rondom het muisje ook in slaap. Alsof ze collectief betoverd waren. Ze sliepen wel honderd jaar. En dat terwijl deze muizen normaal maar anderhalf jaar oud kunnen worden! Het stuk grond waar de muizen sliepen was helemaal overwoekerd geraakt door rozen. Op een dag kwamen er zeven dwergmuizen voorbij gekropen. Eén van de zeven dwergmuizen droeg een kroontje. Het was een raar gezicht. Gezamenlijk knaagden de muizen de rozentakken door, waardoor ze bij het slapende muizenvolkje terecht kwamen. Het gekroonde dwergmuisje werd getroffen door de aanblik van de woelmuis op het bedje van stro. Hij trippelde er naar toe en schudde zachtjes aan haar staart. Toen dat niet hielp gaf hij het muisje een kusje op haar kop. Ineens sperde het woelmuisje haar ogen open en keek recht in de ogen van de dwergmuis. Wie ben jij? Vroeg ze. Ik ben prins Micromys Minutus, zei hij. Goh, dat klinkt chique, zei de woelmuis. Opeens hoorden ze geschuifel in de omgeving. Alle slapende muizen waren wakker geworden en verzamelden zich rond het woelmuisje met haar kleine prins. Woelmuisje kwam langzaam overeind en keek nog eens goed naar prins Micromys. Ze zag hoe schattig dit oranjebruine muisje met zijn witte buikje eruit zag en ze rook hoe lekker hij geurde. Ze werd prompt verliefd op hem. Hoewel de kleine prins zijn pas gevonden woelmuis reusachtig groot vond, kon prins Micromys niet anders dan haar aanbidden. Hij vroeg haar direct ten huwelijk en ze groeven voortaan nog lang en gelukkig samen door het leven en ze kregen  tientallen nestjes met woelwatertjes van de kleinst mogelijke afmetingen met mooie witte buikjes.