Er zijn volksstammen die geloven dat er wezens zijn die zich met bomen en planten verbinden. Die wezens worden driaden genoemd. Ze zijn soms bijna zichtbaar. Zeker als ze menselijke vormen aan lijken te nemen. Er zijn planten en bomen met gezichten en in sommige stammen herken je een lichaam. Er zijn zelfs bomen die je ten dans lijken te vragen. Driaden kunnen zich volgens het volksgeloof verder ontwikkelen van één enkel element naar meerdere elementen. Een boom verbindt zich van nature met aarde, water en lucht. Zodra de boomdriade in staat is om zich als het ware deels los te maken van de boom zélf en zich kan gaan verbinden met zijn omgeving, breidt zijn wezen zich uit tot bijvoorbeeld een naburig stil meer. Op het moment dat er meerdere elementen worden ‘omarmd’ spreken oude beschavingen niet meer over driaden, maar over deva’s. Deva’s zijn de spirituele en fysische hoeders van landschappen of speciale plaatsen en gebieden. Diverse tradities gaan ervan uit dat er een zevenvoudige hiërarchie is van devische wezens. Het begint bij de zich steeds verder ontwikkelende natuurwezens en eindigt bij het rijk van de engelen. Er is dus een voor het menselijk oog onzichtbaar rijk dat zich verstopt in onze natuur. Interessant. Als je je kunt afstemmen op de sferen in de natuur, kun je er heus wat van gewaar worden. Je voelt de krachtstroom van een oeroude boom door je lichaam gaan als je hem even aanraakt met je blik of je handen. Je pikt de fijne luchtige energie van een pinksterbloemetje op in je cellen als je haar goed bestudeert. Je voelt de sereniteit en tegelijk de verraderlijke onpeilbare diepte van een spiegelglad meer. Je kunt de granieten macht van de berg die je beklimt door je voetzolen voelen zinderen. In oude beschavingen vroegen bergbeklimmers toestemming en bescherming aan het wezen van de berg. Ze bedankten een boom voor zijn fruit en gaven de aarde altijd wat terug nadat ze er van namen. Er vanuit gaande dat ieder wezen en iedere plek in de natuur een heilig beginsel in zich draagt, maakt dat je de natuur vanzelfsprekend respecteert. Het geeft een gevoel van ontzag en dankbaarheid dat je je als mens je mag voegen in zulk een mooi geheel. Misschien zouden mensen op dat moment dan net als devische wezens wat zuiverheid toe kunnen voegen aan de prachtige natuur door zwerfvuil op te ruimen in plaats van het achteloos te laten vallen. Als je dan stiekem omkijkt, maken de bloemen wellicht een piepkleine buiging, dansen de bomen met hun takken van blijdschap en voel je de engelen lachen. Ook al gebeurt dit enkel in je eigen verbeelding; het maakt het leven magisch en een stuk leuker.

