Al wekenlang eet hij met lange tanden. Met wat paté door zijn brokken, wil het nog net lukken om zijn maaltje naar binnen te werken. Verhongeren is namelijk geen optie voor een hond. Je laat hem eens extra lang wandelen. Misschien wekt dat wat eetlust op. In de bossen mag hij los in zo’n losloopgebied. Heen en weer feestend, rent hij de wandeling zeker drie keer. Op een gegeven moment komt hij niet meer ‘voor’. Je loopt terug om te kijken waarom hij niet komt. Hij heeft iets gevonden wat vreselijk stinkt en wat er al veel te lang ligt. Er steekt een pootje uit zijn bek. Hij staat met wilde ogen gretig te slikken en deinst voor je terug, want hij is bang dat je het halve konijn af gaat pakken. Je roept hem bij je en hij wandelt op afstandelijke hoede mee. Met aangevreten konijn en al. Je kokhalst. De hond is ontzettend trots op zijn buit. Op een onbewaakt ogenblik weet je met je voet op de konijnenpoot te trappen die ver uit zijn hondenbek hangt. Je heb het grootste stuk kunnen bemachtigen. De rest slikt de hond snel door. Je besluit hem aan de riem te doen, want dit werkt blijkbaar niet. Nog in shock van de viezigheid loop je wat verdwaasd over het pad waar een paardenvijg ligt te stralen. In een oogwenk neemt je hond een hap uit de dampende massa en rolt met zijn kraag door de smurrie. Hij zegt nog nét niet hardop: “Beter een half ei dan een lege dop”, waarbij het halve ei zijn schamele hap paardenpoep voorstelt. Gelukkig is hij ingeënt tegen alles wat mogelijk is. Walgend loopt je verder. Verderop lijkt de kust veilig en laat je hem toch maar weer even los. Zo sneu als hij niet van zijn vrijheid kan genieten. Hij loopt naar een meertje en gaat daar op z’n gemak drinken en verdwijnt vervolgens in wat struiken. Opnieuw komt mijnheer niet ‘voor’ als je hem een aantal keren roept. Geïrriteerd ga je poolshoogte nemen. Hij heeft een aantal weggegooide boterhammen gevonden die hij op zijn gemakje staat op te eten. Tja, dat kun je hem natuurlijk niet kwalijk nemen. Je hoopt maar dat het onschuldige kinderen zijn die hun gifloze boterhammen hebben weggegooid. Je hond gaat pas weer mee als hij de laatste kruimel van zijn lippen heeft gelikt. Hij lijkt dikker, loopt licht hijgend en wat langzamer. Wat een vies beest is het toch. Tegelijkertijd kun je er inmiddels weer smakelijk om lachen. Wij mensen doen eigenlijk niks anders. Als je je maaltje thuis beu bent, doet verandering van spijs je zonder menselijke beschaving niet eten, maar schrokken. Voorlopig zal de hond zijn brokken wel weer laten staan, maar nu weet je hoe dat komt. De dure vleesbrokken kunnen nooit winnen van vers gevonden street food en wildplukmaaltjes…

