Holle vaten klinken het hardst

Op een dag wilde Pinkie haar dwarsfluit na jaren weer eens uit de kast pakken. Iedere luisteraar raakte gehypnotiseerd door de klanken die ze uit haar zilveren instrument wist te toveren. Hun trommelvliezen krulden zich blij om de klanken heen. Tot haar verbazing kon ze de fluit nergens vinden. Toen Pinkie ten einde raad was en dacht dat ze wel naar haar dwarsfluit kon fluiten, schoot haar ineens een herinnering te binnen. Een paar jaar geleden had ze haar huis aangetroffen met kapotte deur, open kasten en open lades. Er waren vreemden in haar huisje geweest die alles wat blonk mee hadden genomen. Haar fluit was toen natuurlijk ook gestolen. Ze besloot uit te kijken naar een goede vervanger. In een naburig gehucht was er een man die fluiten verzamelde. Fluiten hadden een enorme aantrekkingskracht op hem. Hij kon ze echter niet bespelen. Op een dag zag Pinkie een advertentie van deze fluitensprokkelaar. Ze nam contact op en de mijnheer nodigde haar uit om een fluit te komen kopen. Verheugd reed ze naar het adresje en belde aan. Op het moment dat de deur openging, werd ze onmiddellijk naar binnen getrokken. De man had een kleurig fluwelen pak aan met grote zakken aan de zijkant en een punthoed. Er staken wel tien fluiten uit zijn zakken. In de kamer lagen er honderden. Hij vroeg nerveus transpirerend of Pinkie soms voor de fluit kwam. Ze knikte ja. Hij zat zichtbaar in de rats. Hij wilde er bij nader inzien geen kwijt, zelfs als het maar een fluitje van een cent was. Pinkie werd bang. De man schreeuwde dat Pinkie voor hem moest spelen. Iedere fluit wilde hij horen klinken. Pinkie koos trillend de fluit die haar het meeste aan haar eigen fluit deed denken. En wel verdraaid nog aan toe: ze zag aan het gegraveerde vlindertje dat het haar eigen fluit was! De angst kneep haar keel bijna dicht. Hij zei: “Blaas!” Pinkie begon bibberend te blazen en er klonk een hees, maar kristalhelder geluid. De man ontspande onmiddellijk, ging naar zijn schommelstoel en viel in een diepe slaap. Pinkie sloop zachtjes fluitend naar de deur en opende hem. Om de vreemde snuiter in slaap te houden bleef ze nog even fluiten, totdat ze honderden kleine pootjes hoorde trippelen. Toen vloog ze op haar fiets naar huis. Later die week verscheen er een artikeltje in de krant dat er een zonderlinge slapende man omringd door ontelbare fluiten en vele ratten gevonden was in zijn woning. Toen ze zijn huis wilden reinigen werd de man wakker en bleek hij volledig van de ratten besnuffeld te zijn. Zijn haar begon te groeien, hij begon schril te piepen en rende met alle fluiten die hij kon dragen als een dolle de bossen in. De ratten liepen in een soort trance massaal met hem mee en het beeld van zwiepende staarten was het laatste wat ze zagen.