Paddenpaar

Een pad ging op pad en zwoegde zich voort met een rugzakje. Onderweg at hij vliegenpaté en veegde hij voortdurend zijn pad schoon. Er kruisten wat paden en hij ontmoette een andere pad. Ze was zo dik als een pad maar kan zijn. Die andere pad vroeg: wat doe jij hier? Ik ben op het verkeerde pad, zei de pad. Hij sloeg direct een geëffend pad in en sprong de andere pad achterna. Op de rugzak van de pad zag de andere pad een ding. Wat is dat voor een ding, vroeg de andere pad. Oh, ik draag mijn I-pad, zei de pad. Ja, dat kan wel, zei de andere pad. Maar ik bedoel die tekening op je tas. Oh, dat is nou een schildpad. Die ken ik nog niet, zei de andere pad. Wel heb ik eens kennisgemaakt met een geitenpad en een zebrapad. Ik hoop ook nog eens een hazenpad te ontmoeten. Hoe kom je aan zo’n rugzak?, vroeg de andere pad. Ik vond deze rugzak in de patisserie van mijn padpa bovenop een oude padstelling, zei de pad. Hij stond te vol te stoffen. Ik stopte wat nieuwe pads in de hengsels en poetste hem op. Hij is nu weer goed draagbaar en glimmend nieuw. Misschien vind je me nu wel een padser of toch op zijn minst een padriot? Oh nee hoor, zei de andere pad ongeïnteresseerd. Ik vind je eerder een padvinder. Padverdorie, dacht de pad, dat valt me toch wat tegen. Dit pad gaat niet over rozen… Hij legde de rugzak aan de rand van het zandpad en achtervolgde zijn pad wat lichtvoetiger.  Zonder zijpaden te betreden, sprong hij in een impuls op de rug van de andere pad. Geschrokken riep de andere pad; Ben jij nu helemaal van het padje? Nee joh, ik ben juist óp je, padje… Ik betreed nu volgens mij het alom bekende glibberige pad der deugd. De andere pad vond dat geruststellend klinken en gestapeld sleepte de andere pad hen over het zandpad. Als tandem schuifelden ze richting het water. Ze paddèlden daar zo’n week op de plaats rust tot ze op de juiste temperatuur waren gekomen. Op dat moment stootte de andere pad haar eitjes uit. Die bevruchtte de pad zo snel als hij kon. Hij reeg twee glinsterende eiersnoeren in een mooi patroon aan waterplanten. Het leken wel paddeneilanden. Hun nazaten zouden hierdoor een poosje later als paddenstoelen uit het water paddelen. De pad nam afscheid van de andere pad. Zij was nu zijn expad. De pad zocht vermoeid naar zijn verlaten rugzak. De rest van de zomer volgde hij het rechte pad door zijn wakkere uren te lezen op zijn I-pad en in de avonduren zijn avonturen in te spreken voor de padcast: ‘Padverse manieren om je pad warm te houden op platgetreden paden.’ Vanwege verwacht succes vroeg hij er direct patent op aan en trakteerde zichzelf op een huisje vol slakkenpatat.