Ergens aan de rand van een groot ven in een schraal dennenbos is er een restant van een troon van, tja… van wie? Vroeger stond deze boom midden in een dichtbebost stukje en nu staat hij er door de kap van de omringende bomen er maar naakt en kwetsbaar bij. Voorheen was de troon glimmend gepoetst. Nu is hij helemaal bemost doordat hij in onbruik is geraakt. De kabouters kennen de verhalen nog uit de overleveringen van hun ouders. Eens per week hield de kabouterkoning daar zijn seizoentoespraak. Vanaf het vroege najaar werd hij bijgestaan door witte wieven. Zij omgaven zijn troon met de nodige nevel, zodat hij niet opviel voor een toevallige ongenode voorbijganger. De kabouters hielden het bos in een zo goed mogelijke conditie. Iedere week speelde er wel wat en moest dit de wereld uit worden geholpen of in goede banen worden geleid. Net als in de gewone mensenwereld. De koning had een kroon van takken en hulst. In de zomer stak hij er tijdens zijn wandelingen soms wat toch al geknakte bloemen en rijp gras tussen. Hij vervulde zijn taak als opzichter uiterst serieus. In de herfst sierde hij zijn kroon met gekleurd blad en soms met een afgebroken paddenstoel. ’s Winters kwamen er vaak vanzelf ijspegels aan zijn kroon en in het voorjaar gebruikte hij de veertjes die de vogels bij het bouwen van hun nesten verloren waren. Hij zag er daardoor altijd feestelijk en verzorgd uit. De koning vierde ieder nieuw seizoen zo een nieuw kroonjaar. De koning werd daardoor snel oud. Want bedenk maar eens dat je ieder jaar 4 jaar zou worden. Dan gaat het leven snel! Maar je moet ook weten dat kabouters niet minstens 100 jaar kunnen worden, maar maar wel 400 jaar. Dus dan strookt het wel weer met de telling in de mensenwereld. Deze koning is op dit moment 364 jaar. In mensenjaren is dat 91 jaar. Hij is een oud baasje, maar kan zijn rondjes nog prima lopen. Acht kabouterjaren geleden is zijn controleronde er door de kap van veel bomen veel kleiner geworden. Hij raakte vaak de weg kwijt, omdat hij de bomen die hij als oriëntatiepunt gebruikte miste. Hij verafschuwde de snoeiacties. Het ging lomp en snel. De dieren hadden nauwelijks tijd om te vluchten. Vanaf die dag wordt de troon niet meer gebruikt en is er een andere natuurwet van kracht geworden. Alle kabouters en overige bewoners van het gebied dat eens een vol bos was, lopen nu een eigen rondjes. Ze zijn gezamenlijk verantwoordelijk en hebben veel tijd nodig voor het troosten de achterblijvers op de kale stukken land. Ze hopen erop dat hun bos weer snel bijkomt van de kaalslag. Op dat moment zal de troon beklommen worden door een nakomeling van de huidige kabouterkoning. Die zal de scepter zwaaien, de troon glimmend glad wrijven en de natuur weer zoveel mogelijk haar gang laten gaan.

