Zo tegen het najaar als de tuinen wat saaier beginnen te ogen, besluit de hemels blauwe spirea haar bloemetjes maar eens buiten te bloeien. Omdat er minder concurrentie is, valt ze extra op. Ze plaatst de bloemetjes speels rondom haar grijsgroene takken. Alleen al door de aanblik vermindert de plant stress. Op precies dat moment was er in de omgeving een bijenkoningin die het niet gemakkelijk had. Ze zag nog behoorlijk wat gaten haar raten en ze had al een lang seizoen achter de rug. Ze riep alle werksterbijen bij elkaar en spoorde hen aan om de laatste raten te vullen. Zo konden ze goed gevuld de winter in gaan. Bij-de-hand en bij-de-pinken zaten zoals gewoonlijk op de eerste rij. Ze waren de grootste fanatiekelingen van hun volkje. Ze werkten zich zij aan zij rot voor hun koningin. Het verzamelseizoen liep teneinde. Maar slim als ze waren, wisten ze precies waar ze de beste bloemen en struiken konden vinden. Op hun tochten hadden ze gezien waar de blauwe spirea haar bloei inhield tot het allerlaatste moment. De koningin wist van hun speurtalent en gaf hen de opdracht om de zwerm bijen te leiden. Bij-de-hand vloog voorop en bij-de-pinken sloot de troepen. Zij zorgden ervoor dat geen enkele werkster een verkeerde afslag nam. Binnen een mum van tijd was de nectar verzameld. In hun korf gaven ze via hun mondjes de nectar door aan de bijen die dichter bij de raat zaten. Zo voegden ze hun enzymen toe aan het gouden goedje. In het begin was het spul nog erg vloeibaar, maar de wapperbijen zorgden er met hun vleugels voor dat het water verdampte uit de nectar, zodat er enkel geconcentreerde honing overbleef. Bij-de-hand en bij-de-pinken hadden een hekel aan wapperen. Zij vlogen nadat ze de nectar hadden aangeleverd zo snel mogelijk de korf weer uit, ook al wisten ze dat de klus al was geklaard. Tegen hun gewoonte in, vlogen ze zo snel ze konden nog enkele doelloze rondjes. Ze moesten zich daarna namelijk voor lange tijd begeven naar hun zogenaamde wintertros. De koningin nam plaats in het midden van het broednest en daaromheen positioneerden de bijen zich. De productie van tweeduizend eitjes per dag zouden voor haar idee een eitje zijn. Samen zouden ze het warm genoeg hebben in de koude tijd. Ze zouden eten van de honing en zouden gaan bewegen met hun vleugels, zodat de temperatuur rond de 34 graden zou blijven. Beurtelings namen de bijen de buiten- en de binnen posities in. Bij-de-hand en bij-de-pinken vlogen als laatste binnen. Voor hen was dit de moeilijkste periode van het jaar. Ze konden niet wachten op het voorjaar en ze zorgden dat ze dichtbij de uitgang van de korf bleven. Bij-de-pinken pakte haar vriendin bij-de-hand. Samen droomden ze dat ze als dubbeldekker de meest efficiƫnte routes vlogen die leidden naar de sappigste bloemen. Alleen al die opwinding hield hen op temperatuur.

