Als je heel goed luistert klinkt er in het vroege voorjaar een heel hoog getinkel. Het zijn de moselfjes die algemene muziekvorming krijgen en op het moscarillon spelen. Het carillon bestaat uit mos-sporofyten en is in het vroege voorjaar nog bescheiden van omvang. Met wat geluk groeien er gedurende het jaar vele klanken bij. De moselfjes zijn wezentjes die houden van alles wat fijntjes rinkelt, tinkelt en sprankelt. Moselfje Moos viel echter voortdurend uit de toon. Hij moest van zijn ouders zoals alle moselfjes mee naar de les. Hij vond er echter niks aan en deed niets liever dan op zijn elfendertigste liggen op de mosbedjes en luisteren naar het geploeter van de anderen. Hij was niet muzikaal, kon geen toon houden, snapte niks van ritmes en al helemaal niet van het notenschrift. Tot zijn frustratie moest Moos bijles gaan nemen bij de specht die een rotsvast gevoel voor ritme heeft. De eekhoorn die een aangeboren gevoel heeft voor noten deed ook zijn pogingen. Hij vond het vernederend dat hij bij die dieren moest doen alsof hij het begreep en aanvoelde. Want anders duurde de les wel twee uur! Hij deed maar wat en hoopte dat het niet op zou vallen dat hij geen flauw benul had van wat ze bedoelden. De specht en de eekhoorn deden hun beklag bij zijn ouders; Moos maakte geen vorderingen. Zijn ouders waren ten einde raad. Carillon spelen was al elfeneeuwen lang hun kernvaardigheid. Het behoorde tot de grootste eer als je tijdens de feestdagen de sfeer kon opflonkeren met kristalheldere klankjes. Amusicale Moos verbaasde zich om hun zorgen. Hij hing rustig rond en observeerde de anderen. Hij merkte op dat de ‘mosdruppels’ waarop de elfjes met kleine takjes sloegen steeds doffer werden. Hij ging op zoek naar het zachtste stukje mos dat hij kon vinden en trok dat voorzichtig los. Als er niemand bij het carillon was, begon hij de sporofyten voorzichtig op te poetsen. Als ze weer blonken als groene flonkertjes was hij tevreden. De volgende dag hoorde hij de verbazing bij de anderen. Wat ziet het carillon er mooi uit! Wat zijn de klanken helder! Hij zei niets en liet ze begaan. Iedere avond liep hij de ‘mosdruppels’ kort na en poetste ze met de grootste voorzichtigheid op. Op een avond werd hij betrapt door de juffrouw die wat voorbereidingen wilde doen voor de uitvoering op de volgende dag. Ze kon haar ogen niet geloven. Wat een bevlogenheid en zorgzaamheid spreidde Moos tentoon! Hij schrok op van haar aanwezigheid en zei zacht: “als ik dan zelf geen muziek kan maken, kan ik wel zorgen dat de anderen daarin kunnen uitblinken”. De juffrouw knikte geroerd en sindsdien is hij een belangrijk onderdeel van de Muzikale Moselfjes Vereniging en is hij onmisbaar op zijn eigen unieke manier.

