Buitenaards

En dan zit je weer een serie te kijken die onder je huid kruipt. Het boeit je, maar je weet niet goed waarom. Het is soms aandoenlijk, maar vaak ook gewelddadig. Horrorachtige sciencefiction scènes zijn ruimschoots aanwezig. En je houdt helemaal niet van horror. Het maakt krassen op je ziel. De overmatige spanning laat je wakkere overuren draaien in je te warme bed. Je wikt en weegt of je de serie nog verder kijkt. Het past niet bij je. Maar tegelijkertijd ben je er ook heel slecht in om een eenmaal begonnen verhaal af te breken. Er kan namelijk op ieder ogenblik een verrassend mooie wending komen. Het is de nieuwsgierigheid en hoop dat er nog iets ‘goeds’ en leerzaams zal gaan volgen die oproepen om toch verder te kijken. Je vraagt je af welke geest dit soort verhalen kan bedenken. Zo duister en slecht met een vleugje verleidelijke romantiek en onschuldige moed. Misschien is de bedenker ongelukkig en ziet hij hoeveel slechtheid er in onze wereld is? Door ontzagwekkende slechtheid te creëren, krijgt de geest van de maker mogelijk wat rust en lukt het hem om de wankelende wereld nog net te pruimen? Is deze vreemde vorm van troost de verslavende factor die uit de verdorvenheid sijpelt? Zou het ook zo werken voor de miljoenen kijkers? Je zwicht en probeert het koelbloedig nog een keer. Als je na de tweede afschrikwekkende aflevering eindelijk in slaap durft te vallen, ben je boos op jezelf dat je er weer bent ingestonken. Je droomt een vreemde droom. Je bent in de nabije toekomst. Onze aarde is opgewarmd. Het water staat je aan de lippen en het wordt te heet onder je voeten. Je vlucht naar één van de zogenaamde klimaatopvanglocaties in de buurt. Het is een wit en hoog overheidsgebouw waar je op vertoon van een strippenkaart even mag verblijven op de achtste verdieping in speciaal daarvoor gemaakte cellen. Er is sanitair, er is drinkwater, er zijn voedselrepen en bedden. En vooral airco. Want die is levensreddend. Je vraagt je af waarom er in het verleden niet is besloten om grote bossen aan te planten, zodat je lekker in je eigen huis had kunnen blijven. Dat staat nu in een oeverloos meer. Je kunt er enkel met een bootje komen. Bij het raam zie je drones met clotted scream vliegen. Ze schreeuwen schuimend rond en roepen metaalachtig scherp jouw naam. Hoe weten ze dat je daar bent en hoe kennen ze je überhaupt? Wanhopig roep je om de buitenaardse griezels uit de serie die ons vast kunnen redden van deze maffe planeet. Ineens zie je het helder: je hebt je vergist. De buitenaardsen zijn veel intelligenter dan wij. Dat is niet zo moeilijk, want ons niveau is gezakt naar de periode van ruim voor de eerste ijstijd. Toen ‘Stranger Things’ nog heel gewoon waren.