De natuur is van nature altijd goedgeefs. De bloemen zijn niet in staat om hun kleurenpracht voor zichzelf te houden achter een kamerscherm of in een vergrendelde kluis. Ook zijn ze nooit gereserveerd bij het uitschenken van hun geparfumeerde geuren. Een mensenmens met een zuiver hart geeft ook graag het beste van zichzelf. Als de mens geeft zonder iets terug te verwachten, maakt dat gelukkig. Veel mensen geven wel, maar blijven een afweging maken in wat ze ervoor terug zouden moeten krijgen. Dat is geen echte onbaatzuchtigheid. Het is calculerend, vergelijkend en daardoor verkrampend en niet écht van harte geven. Geven is mooi en delen is goed. Door delen vermenigvuldig je tenslotte je geluk en halveer je je verdriet. Maar als je van nature een echte gever bent let dan goed op. Al zorgende voor een geliefd persoon geef je voordat je het weet teveel van jezelf weg. Het is een grote kunst om precies dat stuk te geven wat je missen kunt. Ook weer niet té voorzichtig en berekenend, maar bewust en met zelfzorg en zelfrespect. Het is belangrijk dat je je mantel in de zorgpauze weer aan kan laten groeien, zodat je zelf niet sterft van de kou. Want als je zelf niet goed in je vel zit, valt er weinig moois te schenken en dan geldt de alom bekende formule: delen met een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde. Dat omgekeerde is dan de misplaatste of ongevraagde hulp die iemand van de wal in de sloot helpt. Het spel van geven en nemen is een kwestie van uitproberen. En waar gehakt wordt vallen spaanders. Iedereen loopt wel een keer te hard of juist te langzaam. Daarom zou het zo mooi zijn als we ook naast ons bloedeigen kringetje kunnen kijken of mensen hulp kunnen gebruiken. Het zit hem vaak niet in zwaar werk of indrukwekkende daden. Een eenvoudig medeleven of lief woord kan al een wereld van verschil zijn voor de mens die het even moeilijk heeft. Een druppel van oprechte aandacht kan een zucht van verlichting geven en de schouders, al is het maar voor even, laten zakken. Buiten attent zijn kost het geen moeite voor de gever en het levert een warm bad op voor de ontvanger. En dat gevoel van ‘gezien worden’ kan nét genoeg zijn om de volgende stap weer te kunnen zetten. Misschien kan de lijdende mens het dan zelfs opbrengen om te zien hoe de bloemen ongeremd hun weelde uitstralen. Wellicht komt het besef aan de oppervlakte dat er ook voor hem mogelijk opnieuw een onbezorgde bloei kan aanbreken. Is het niet in dit leven, dan mogelijk wel in de volgende ronde…

