Zwarte Els

Er was eens een boom met blij bruisende energie. Ze had altijd zin in het leven en zag haar eigen schoonheid en ook die van de andere bomen om zich heen. Tot de dag dat iemand zei: “Kijk, dit is nou een zwarte els”. De boom schrok, omdat ze altijd had gedacht dat ze net als haar buurman een welige wilg was. Ze voelde zich ontredderd en ging haar uiterste best doen om te lijken op Willy wilg. Toen haar katjes niet bleken te veranderen, raakte ze gefrustreerd. Tot haar afgrijzen bleef ze een zwarte els. Ze begon haar buurboom te haten om zijn glanzende katjes. Uit boosheid fluisterde ze lelijke dingen over de wilg tegen de wind. Daardoor voelde ze zichzelf tijdelijk wat beter. De wind droeg de zwarte zwets mee en de buurt ontving haar boodschap. Goede vrienden van Els geloofden haar. Ze bekeken Willy wilg achterdochtig. Wat dácht hij wel niet om zo de show te stelen! Willy voelde de priemende takken van Els wel, maar begreep er niks van. Het enige wat hij deed was zijn uiterste best en hij hoopte dat zijn omgeving zou profiteren van zijn inzet. Hij voelde de terugtrekkende wortels van de vrienden van Els en raakte wat verward in zijn takken. Wat deed hij toch verkeerd? Gelukkig bleven de insecten en vogels hem bezoeken en had hij steun aan de oude eik die tegenover hem stond. Die zag alles met lede ogen aan. Jongen, zei hij tegen Willy, je bent slachtoffer van afgunst. Zwarte els heeft het op jou gemunt. Ze kan niet uitstaan dat ze zelf geen wilg is. Ze is aan het proberen om jou even zwart te maken als haar eigen naam. Laat het van je afglijden, rechtstreeks het water in. Zijn takken bogen treurend steeds verder naar de sloot. Jaloezie had hij nooit eerder gezien in de natuur. De vogels vonden het oké als hun buurvrouw vijf noten hoger konden tjilpen. De enige wedijver die Willy in de natuur zag was het baltsen om de mooiste partner of het trekken aan een vette pier. Als de strijd was geleverd, was alles weer normaal. Zelfs de planten en stenen gedroegen zich waardig. In de loop der tijd veranderde hij in een treurwilg. Zwarte Els lachte haar dorre lach tot er weer een groepje mensen langskwam die Willy’s schitterende hangende takken bewonderden en hem respectvol van een koperen plaatje voorzagen. Van boosheid schoten de wortels van Els vuur en haar voedingsbodem vatte vlam. Ze werd geroosterd door haar eigen haat. Willy rouwde om Els. Hij hoopte dat haar nazaten over een gezondere aard zouden beschikken. Na een poosje besloot hij zijn wanhoop aan zijn wilgentakken te hangen en rustig te gaan genieten van al het mooie om hem heen. Uit zijn ooghoek zag hij verkoolde zwarte els. Ze werd een verdrietige herinnering, maar ze kon zijn bruisen niet meer dempen.