Als je heel stil door de natuur loopt en deze verleidelijke lispelaar tegenkomt op je pad, kun je de impuls nauwelijks weerstaan om zijn prachtige bloempjes te bemachtigen. Als je toegeeft aan je eerste ingeving en je je hand uitreikt om liefst ongezien naar die roze-paarse schoonheid te grijpen, word je onmiddellijk gestraft. Je trekt je hand met een gil weer even snel terug als dat je hem uitstrekte. De stekels van Echium vulgare prikken namelijk gemeen. Echter niet zo venijnig als de slang zelf. Echis betekent slang in het Grieks. En Echium komt van Alchibium, een wijsgeer die zijn slangenbeet met slangenkruid genas. Als je goed kijkt hebben de bloemetjes de vorm van een opengesperde slangenbek. De stamper komt als een gespleten tong uit de bloem naar buiten sissen. Als je een slangenbeet mocht oplopen en slangenkruid is binnen handbereik, zou het heilzaam moeten werken. Je kunt een papje maken van het blad of, als je thuis nog haalt, de wortel in wijn laten trekken en die vervolgens opdrinken. Maar in onze tijd is het natuurlijk beter om de hulpdiensten op te piepen. Het slangenkruid heeft allerlei kleuren in de schakeringen roze en paars. Als de bloem paars kleurt, dan is de bloem bevrucht. Of de bijen deze kleuren waarnemen is de vraag, maar het zou erg handig zijn. In dat geval weten ze waar er nog vruchtbaar werk aan de winkel is en waar de klus van de bloemetjes en hun volkje al is geklaard. De verkleuring van de bloemen verwijst naar de gasuitwisseling in de longen. Daarop heeft het slangenkruid een goede helpende ontstekingsremmende werking. De haren op het slangenkruid laten zien dat het goed is voor de huid, haren en nagels. Het zenuwstelsel wordt door het slangenkruid gekalmeerd. De stengel heeft rode puntjes en ook de meeldraden zijn rood. Dit verwijst naar de goede werking op het bloed. Het kruid wordt in zijn bloeiende verschijning vooral als theekruid gebruikt. Het is een sterke krachtige plant die past bij optimistische levenslustige types die niet zoveel acht slaan op de omgeving. Slangenkruid brengt wat meer balans terug tussen het ‘ik’ en ‘de ander’. Het slangenkruid is tweejarig. Dat wil zeggen dat zich het eerste jaar en rozet bladeren vormt en pas het tweede jaar ontrolt de plant zich in zijn grillige slangachtige vormen. Na het tweede jaar vergaat de plant tot een vergrijsd overblijfsel. Dit restant vergaat en verrijkt de grond met voedingsstoffen voor de volgende groeiperiode. Want het sluwe schepsel heeft zich in tussentijd allang uitgezaaid en komt na de koude periode doodgewoon weer als een vernieuwde listige lurenlegger terug.

