Chaos

De camper… een huisje en auto ineen. Hij rolt je naar allerlei bestemmingen en hij belooft één en al gemak in gebieden waar de vakantiehuisjes schaars zijn of exorbitant duur. Daar waar er meer schapen zijn dan mensen en de natuur de scepter zwaait. Na grondige uitleg over de (on)mogelijkheden door de verhuurder, ga je vol vertrouwen het rollende avontuur tegemoet. Al snel wordt duidelijk dat de camper evenveel flexibiliteit geeft als dat hij neemt. Over iedere dagelijkse levensverrichting moet worden nagedacht. Zo’n 24 instructiefilmpjes en een papieren handleiding maken duidelijk hoe de ramen moeten worden geopend en gesloten, hoe de verduistering en de horren werken, hoe de gasflessen open en dicht gaan, hoe het drinkwater moet worden aangevuld en geloosd. Hoe je toiletfunctie onderhoudt en waar de elektriciteit binnenkomt. Hoe het koelkast- en diepvriescircuit zijn wisselwerking dient uit te voeren tussen accu, gas en elektriciteit en wat de lampjes op het dashboard betekenen. Ook krijg je uitleg over de hulpdiensten als je onverhoopt met pech onderweg zou komen te staan. Eens in de 1000 kilometer dien je de bandenspanning en oliepeil te controleren. En uiteraard moet er op tijd getankt worden. Voordat je mag rijden moeten alle luiken, ramen, kastjes en laden dicht zijn, het gas afgesloten, alles ingeklapt en alle losse spullen moeten zijn opgeborgen. Anders word je bijvoorbeeld bekogeld met de meest oppervlakkig opgeruimde gezelschapsspelletjes. Je voelt je een zij-instromende gepromoveerde stewardess. Ondanks alle goede zorgen, vliegen de misselijk makende geuren van het toilet en het afvalwater je in de neusgaten. Er moeten stoppen in de afvoer blijkbaar. Als dit allemaal is geregeld mag je gaan rijden in de draaistoel die zojuist nog je fauteuil was. Je medepassagiers moeten je loodsten bij het achteruit rijden. Dit geregel maakt je bewust van het gemak van thuis blijven. Het enige wat je doet is ervoor zorgen dat je camper op peil is en in tact blijft, dat je goed eet, drinkt en slaapt. Op wat verloren momenten verzamel je wat levensmiddelen in de lokale winkeltjes. Zo moet het vroeger zijn geweest. Je wordt opgezogen in de meest primitieve zaken van het bestaan. Het is een ‘way of life’ waar je langzaam aan gewend raakt. Vanuit de regelchaos ontstaat er steeds meer handigheid en routine. Je bent, of je het wilt of niet, helemaal in het NU. Iedere avond denk je vermoeid; poeh poeh, dit nooit meer. Maar als de volgende ochtend het schitterende schouwspel van de ongerepte natuur door de plastic raampjes dendert, weet je toch weer waarvoor je dit allemaal doet. Al is het maar tot het moment dat het volgende kastje ongevraagd tegen je scheenbeen openklapt.