Je loopt in een omgeving waar alles klopt. Je voelt je meteen in complete harmonie met alle waarnemingen die van buitenaf naar binnen komen en je hoeft geen moeite te doen om jezelf erop af te stemmen. Het gaat vanzelf. Hoe werkt dit? Zou het zo zijn dat jouw binnenwereld er hetzelfde uitziet als de buitenwereld van dat moment? Als de omgeving juist niet bij je past, voelt het eerder als een toon die je maar niet gezongen of gespeeld kunt krijgen. Er ontstaat een dissonant. Als dit te lang duurt, kan dit leiden tot groot onbehagen. Muziek en licht kunnen je dan helpen om weer in de goede trilling te komen. Dit klinkt simpel, maar dat is het niet. Het blijkt namelijk zo te zijn dat golven niet alleen gevormd worden door het trillingsgetal ofwel frequentie, maar ook door de golfvormen ofwel amplitude. De golf heeft een top en dal en de baan die die twee verbindt. Die lijn ertussen kan vlak of steil zijn. De diverse stadia van de golf worden ‘de fases’ genoemd. Als de hoogte van de golfvorm én trilling én fases samenvallen, kun je spreken over coherentie. Soms bereik je die coherentie als je met andere mensen bent, praat of zingt. Je gaat dan met elkaar meetrillen. Dit gebeurt in een orkest of koor letterlijk na de afstemming op elkaar. Mits er sprake is van zuiver zingen en spelen uiteraard. De energie wordt gebundeld en wordt als het ware in zichzelf versterkt. Je zou kunnen zeggen dat een rommelige en niet goed afgestemde ontmoeting of samenspel het licht van een gloeilamp geeft. Er is wel licht, maar het is nog verstrooid. Als alles op elkaar afstemt ontstaat er een laserbundel. Het wordt helder, vlijmscherp, krachtig en gericht. Deze kracht kan wonderen verrichten, maar ook vernietigend zijn. Denk aan de bruggen die in hun eigen frequentie kapot zijn getrild en aan genezende en snijdende laserstralen. Terug naar de prachtige plek in de natuur. Zou het zo kunnen zijn dat als je je meteen thuis voelt er sprake is van grote herkenning en dat je door de spontane resonantie van je eigen meetrillen opgenomen wordt in een groter geheel? Is dit dan die eenheidservaring waar ze het altijd over hebben? Je denkt dan: ‘Mijn hemel!’ en je wilt er voor altijd blijven. Omdat dat praktisch gezien niet gaat, sla je dit gevoel op in je celgeheugen, zodat je er denkbeeldig altijd naar terug kunt gaan. Bijvoorbeeld in je (dag)dromen. Je bent dankbaar dat je een glimp van jouw paradijs hebt mogen zien op je eigen vertrouwde aarde en je wenst iedereen dit toe. Al is het maar voor heel even.

