Op een vroege ochtend sta je aan de kust te turen over de eindeloze blauwe golvende vlakte. De vorige avond was er duidelijke een dansende donkere vlek te zien op het oppervlak. Met een verrekijker zag je dat de ‘vlek’ bestond uit tienduizenden kleine golfjes. Even dacht je dat er een grote vis zou opduiken. Toen dat uitbleef, bedacht je dat het een enorme school vissen zou kunnen zijn. Later zag je drie van die bewegende levendige ‘vlekken’. De waterspiegel barstte als het ware open van de naar adem happende of zonnebadende zilveren vissen die het glinsterende licht op het water tot zwart braken. De meeuwen waren onwaarschijnlijk druk en luid. Nu snapte je waarom die vliegende vlegels hun lach met krijsende kracht omlijstten. Ze hoefden hun maaltje maar op te duiken uit het oppervlaktewater. Met nog meer mazzel waren er mensenvissers die het zware werk voor hen deden, zodat ze enkel op het juiste ogenblik toe hoefden te happen. De hele dag scheren de meeuwen door de lucht. Op zoek naar iets eetbaars. Ook de campinggasten zijn goede voedselleveranciers. Zeker de picknickende barbecuers. Niet zelden zie je een meeuw met een stuk sla of wat vlees in zijn snavel wegvliegen. Je kijkt op die morgen nog eens over de machtige zee. In de traag golvende massa zijn de vlekken verdwenen. Het is weer egaal blauw met wat zachte golfjes. Nadat je een hol en schurend geluid waarneemt, zie je vol ongeloof ineens iets zwarts opduiken. Dan volgt een glimmende driehoekige pikzwarte vin. Een orka! Je hoorde dat ze vaker op deze locatie te zien zijn. Geen wonder met zoveel vis aan de kust. Je ziet de vis nog een paar keer opduiken. Of zijn het er misschien meer? De fluitende en rochelende ademhaling verraadt de plek waar het dier te zien is. Het zijn roofvissen; de boeven onder het zeevolk zo gezegd. Het blijft een bijzondere gewaarwording om zo’n groot zeedier in het wild te ontmoeten. De rest van je gezin is ook meteen paraat. Een betere wekker bestaat er niet. De orka zwemt weg in de richting de haven waar de boot op je wacht om weer terug te varen naar het vaste land. Wat dat ook mag betekenen. Want uiteindelijk zijn alle continenten ook eilanden. Zij het hele grote. Eenmaal op de boot voel je je voor even één met al dat zeeleven onder je, boven je en om je heen. Wat moet het een vogelvrij gevoel geven om onder en op het water of in de lucht in alle stilte of gekrijs je weg te kunnen banen en zonder tol, belastingen, CO2-compensatie of vliegschaamte de oversteek te kunnen maken tussen de verschillende landdelen. Vanaf het dek tuur je verder en sluit het zilte zeeleven in je hart.

