Is het je ooit eens opgevallen hoe symmetrisch planten en dieren zijn? Mensen lijken daarmee vergeleken best grillig gevormd. Vreemd… Vallen wij niet onder dezelfde ‘wetten’ als de flora en fauna om ons heen? Zou het kunnen dat mensen in staat zijn om te vervormen in de richting waar zijzelf of de omgeving nog iets te leren heeft? Dat onze lichamen dus door uiterlijk vertoon laten zien op welke vlakken er werk aan de winkel is? En zouden we naar beeldschone symmetrie terugkeren als we het juiste werk verzet hebben? Zouden we dan weer lijken op onze verre voorouders Adam en Eva? Want Eva zou de eerste stap hebben gezet om uit het perfecte plaatje te ontsnappen. Het paradijs waar alles in orde was. Letterlijk en figuurlijk. Door hieruit te stappen, ontstond ‘de keuze’. De keus voor goed en slecht en voor ontdekken door ervaren. Is dat zo erg? Of maakt het ons juist wie we in de kern zijn: mensen die zichzelf kunnen ontstijgen en kunnen overzien welke rol wij in het grotere geheel spelen. Wij kunnen verder denken dan onze kromme neus lang is, maken plannen en kijken terug op onze daden. Hierdoor zijn we in staat om bij te sturen, onze verontschuldigingen aan te bieden of ons juist te verheugen op komend geluk. Planten en dieren kunnen dit niet. Ze zijn enkel in het hier en nu. Zijn ze daarom zo perfect vormgegeven? Bevinden zij zich nog in het paradijs van weleer? Is dat de reden dat wij zo kunnen ontspannen in de neutrale natuur? Voelen we er ons op dat moment even onderdeel van en kunnen we daardoor even net zo zorgeloos zijn als de berken met hun witte bast? Wat is het dan toch dat maakt dat we ons toch weer losscheuren van deze staat van sereniteit? Zijn we op dat moment niet allemaal Eva’s die op zoek gaan naar de uitdaging van het kiezen, creëren en bewust worden? Weten we instinctief dat we gemaakt zijn om grote dingen te doen? Dat we wellicht zelfs nieuwe werkelijkheden kunnen laten ontstaan als we er met vol vertrouwen naar leven en handelen? Als we in staat zijn om allemaal volwaardige afgezanten te worden van die ene grootste universele kracht, kunnen we ons lijf dan zodanig van binnen uit herschikken dat het weer uitgebalanceerd raakt als in het aardse paradijs? Zetten onze grillige lijven vanuit de wens van perfectie ons aan om boven de stof uit te stijgen? Het blijft iets wat verwondert. En dat is maar goed ook. Als we alles zouden weten, zou het geen avontuur meer zijn. We zouden de drive verliezen om te (onder)zoeken. De slak heeft hier geen last van en dommelt rustig verder in zijn perfect gedraaide huisje. Hij heeft er geen benul van wat Adam van hem denkt en slijmt de boel zoals iedere dag suf aan elkaar.

