Mus

In de heg zit een grote familie mussen iedere dag naar hartenlust te piepen. Ze zijn zo blij. Al enige jaren vertoeven ze tussen de takken van een heg op stam. Sommigen hebben vrijhangende nestjes en anderen wonen in rijtjesnesten. In de volle haag kunnen ze ongezien hun circuit afleggen. De stam maakt dat de hond geen schijn van kans maakt om hen te grazen te nemen. Hij blaft zijn terrein namelijk graag diervrij. De mussenfamilie is gestaag gegroeid. Ze zijn nu met minstens dertig exemplaren. Ze vliegen in het voorjaar af en aan en communiceren zich rot met elkaar. Vanaf het dak roepen ze naar elkaar wat ze nodig hebben om hun nesten te kunnen verstevigen. In de zomer is het geschetter zo schel dat de mensen elkaar niet meer kunnen verstaan. Maar dat interesseert hen niets. Waarom zouden ze hun opgewonden blijdschap achter in hun keeltjes verstoppen? Dit voorjaar zijn er weer een flink aantal kleintjes geboren. Ze groeien goed. In schalen staat water en in de natuur is voldoende eten te vinden. Het is een heus luilekkerland. Na een lange droge periode voelen de vogels ineens wat spatjes. Eerst schrikken ze ervan. Wat is dat nou? De jonkies houden op met piepen. Ze vergeten van verbazing voor een paar minuten dat ze honger hebben. De spatjes worden vollere spetters en de spetters worden voor heel even echte druppels. En dan houdt het weer op. De jonge vogeltjes hervatten hun gepiep en de mussen vliegen weer af en aan. Hun veren zijn na een enkel vluchtje alweer opgedroogd. Alles in de tuin is nat. Ze vinden het jammer dat hun zandbad nu onbruikbaar is, maar ze zijn dolblij dat ze in het gras nu wat nattigheid en verkoeling kunnen vinden. De oudermussen waren bijna vergeten dat het kan regenen. De kleintjes die geboren zijn in de afgelopen maanden hadden het zelfs nog nooit meegemaakt. Tevergeefs zoekt een mus tussen de grassprieten naar een verse regenworm. Maar die steken hun kopje niet boven het maaiveld na zo’n mild buitje. De mussen zullen geduld moeten hebben en hopen op een aarde bekloppende roffelregen. Zo’n bui die alles even blank zet. Dan kunnen ze hun mussenkinderen eens echt goed trakteren op wat vette wurmen. Je kunt ze dan bijna zien groeien. En dat is nodig, want niet alleen de hond, maar ook wat buurtkatten willen hun tanden graag in een vers vogeltje te zetten. Ze vinden de hond een lastpak en een herrieschopper. Hij vreet ieder jaar wel enkele verse ongevederde vogeltjes op en drinkt gretig hun drinkschaal leeg. Maar hij jaagt ook de katten weg. De mussen hervatten hun lustige leventje en suizen gecamoufleerd door bladeren of in het volle licht de tuin door. Als het aan hen ligt, gaan ze hier nooit meer weg.