Eens in de zoveel tijd begeeft Mimi Mol zich met haar zwart fluwelen vachtje naar de heilige spiegel op het weiland aan de overkant. Het is een flink gegraaf met haar tien vingers én twee duimpjes. Ze graaft een paar uur en rust er daarna bijna evenveel uit. Dat doet ze staand met haar hoofd tussen haar voorpoten. Zo overdenkt ze haar stoffige leventje en heeft een perfect uitgebalanceerd bestaan. Mimi leeft bijna altijd in het donker en heeft slecht ontwikkelde ogen. Toch ziet ze nog wonderbaarlijk veel voor haar soort. Ze is bijna altijd alleen en weet dat haar soortgenoten ergens in de buurt hun eigen gang gaan. De meeste mollen in haar omgeving zijn enkel aan het jagen en graven oppervlakkig. Mimi houdt echter van een diepgang van minstens 100 cm. Uit voorzorg bouwt ze in het voorjaar een ondergrondse kraamkamer. Ze hoort al trillingen van de malle mannetjes die mollenritten graven om in haar richting te komen. Voordat ze haar mollige ventje ontmoet, wil ze per se even in haar ‘geweide’ spiegel gekeken hebben. Ze wil weten of ze in haar eigen ogen nog steeds de goede dingen doet. Ook wil ze testen of ze haar weg nog gemakkelijk gegraven krijgt. Zou ze vitaal genoeg zijn voor een nieuw nestje? Als dit te moeizaam gaat, besluit ze in de buurt van de spiegel te blijven. Net zolang totdat de mannetjes voorzien zijn van andere mollinnetjes. Zou ze er nog een beetje appetijtelijk uit zien? Van haar bijna blinde omgeving krijgt ze namelijk nagenoeg geen respons. Om op krachten te blijven eet ze onderweg wat verdwaasde regenwormen. Het gaat goed! Haar conditie blijkt prima. Omdat ze feilloos kan navigeren, weet Mimi exact wanneer ze de weg naar boven moet inzetten. Ze ziet dat haar richtingsgevoel haar niet in de steek heeft gelaten, want ze staat precies naast de heilige spiegel. Ze knippert nog wat met haar oogjes en steekt haar snoet boven het weerkaatsende oppervlak. Ze is niks veranderd. Ze is nog even zwart als altijd en heeft hoogstens één extra rimpeltje tussen haar ogen. Waarschijnlijk door het geconcentreerd turen. Het voelt veilig om weer aan een nieuw gezinnetje te beginnen. Als ze wat beter kijkt, ziet ze oprechtheid en tevredenheid in haar ogen. Mimi vraagt zichzelf af of ze graag bevriend zou willen zijn met de verschijning in de waterspiegel. Een duidelijke ‘ja’ komt in haar naar boven. Gerustgesteld over haar gezondheid en gekozen levenskoers keert ze op haar gegraven schreden terug. Ze is blij dat ze nog genoeg puf in zich heeft voor toekomstige kroost. Onderweg laat ze in haar mollenhoofdje alle buurmannetjes de revue passeren en vraagt zich af: wie… is mijn mol?

