Topprestatie

Er was eens een lief beestje dat een fijn stel ouders had. Zij waren door het leven gespikkeld. Het beestje was goed opgevoed. Het kreeg vaak te horen dat hij respect moest hebben voor andere beestjes of ze nu groter of kleiner waren dan hij en dat hij altijd zijn best moest doen. Het beestje vond dat wel aannemelijk klinken en ging braaf als hij was altijd vriendelijk om met zijn soortgenoten, gunde zijn vrienden de meest sappige luizen en sprak nooit kwaad over anderen. Zo liep het beestje niemand in de weg, want iedereen vond hem zijn naam eer aan doen. Op een goede dag voelde het beestje iets in zijn binnenste borrelen. Hij wilde die dag niet gewoon zijn best doen, maar hij wilde een écht iets bijzonders neerzetten. Hij besloot een plant te gaan beklimmen, zonder zijn vleugels te gebruiken. Dat zou te gemakkelijk zijn. Toen hij zwoegend zijn verticale centimeters aflegde, voelde hij dat dít bedoeld werd met ‘je uiterste best doen’. Zeker op het moment dat hij de stengel van de plant moest verlaten en bij de uitgebloeide knopjes terecht kwam. Hij moest met zijn kleine pootjes een flinke afstand overbruggen, met het risico dat hij zou misgrijpen. Op een gegeven ogenblik kwam hij aan bij de hoogste knop. Hij had het gefikst! Hij genoot van zijn uitzicht. Toen hij zijn blik voldoende had verruimd, besloot hij de afdaling in te zetten. Met vermoeide trillende pootjes kwam hij weer aan bij de stengel. Hij kon weer rustig ademhalen en liep op z’n gemak langs de stengel naar beneden. Niemand had het gezien. Zijn topprestatie was een solistische actie geweest. Desondanks voelde hij zich voldaan. Hij had iets gedaan waarvan hij gedacht had dat hij het nooit zou kunnen. Het verlegde zijn grenzen en vergrootte zijn zelfvertrouwen. De dag erop lag hij krom van de spierpijn. Hij besloot zichzelf rust te gunnen en eens totaal niet zijn best te doen. Ook dat beviel hem uitermate goed. Hij stelde vast dat ‘gewoon je best doen’ prima is. Je uiterste best doen is leuk voor een enkele keer en totaal niet je best doen is ook een prima modus, zolang je er geen schade mee aanricht. Uit deze ervaring wijs geworden zei hij later tegen zijn kinderen: kijk maar of je je gewone best, je uiterste best of totaal niet je best wilt doen. De kinderen vonden dat maar raar, maar ze waren wel wat gewend van hun vrijgevochten pa. Na veel onderzoek kwamen ze tot de conclusie dat ze het meest genoten van samenwerken. Ze hoorden dat dit ‘gemenebest’ heette en vertelde dit met wat schroom aan hun pa. Tot hun opluchting gloeide pa rood van trots om hun zelf ontdekte soort van ‘best’ en zo stegen de kinderen met stip nog meer in zijn achting.