Zijn je gestileerd opgespoten haren weer uit de krul en zit de mascara op je wangen doordat je kunstwimpers zijn afgezakt? Zijn je harsnagels afgebroken en ruiken je kleren naar een mengeling van zweet, rook en verschraald bier? Na een periode van groot feest, komt er altijd weer een moment waarop de as van de symbolische vreugdevuren neerdwarrelt. Terwijl je in dronken extase de wereld gemakkelijk aankan en de meest dolle dansjes doet, komt het je soms duur te staan op het moment dat je weer wat nuchterder kijkt naar het leven. Wat niet wegneemt dat het leuk is om even in de roes verkeren van niks moeten, veel lachen en alle zorgen tijdelijk negeren. Carnaval is zo’n tijd. Je ziet een ijsbeer gearmd lopen met een gehavende non. Een hyperactieve brandweerman blust de brandjes van een mank lopende roze poedel. Een huilende clown zingt een ballade voor een zwalkende Superman. Tijdens carnaval ontstaan er veel wonderlijke relaties. Mogelijk omdat men wat minder terughoudend en kritisch is dan gewoonlijk. Mensen handelen naar het aloude gezegde van Jacob-Cats uit 1577-1660: “Wie peerd of wief zoekt zonder gebreken, zal bij het zoeken blijven steken en merken dat hij bed en stal voor eeuwig ledig houden zal.” Dat kan natuurlijk verschillende kanten op gaan. In het positieve geval kom je bij uit je tijdelijke verstandsverbijstering en zie je een persoon naast je waarbij je je afvraagt hoe het in Godsnaam mogelijk is dat die knappe prins of prinses voor jou is gevallen. In een wat teleurstellend scenario schrik je je rot wat voor figuur je versierd hebt. Je beseft dat de persoon een prachtig masker op had, maar dat er daaronder weinig aantrekkelijks te vinden is. Dan in dat geval gaat de volgende oude spreuk op: “Wie een wief huwt om het schoon lijf, verliest het lijf en houdt het wijf.” Niet zo’n geëmancipeerde taal, maar gezegdes uit vroeger tijden hebben toch vaak eeuwigheidswaarde. En wat voor vrouwen geldt, gaat uiteraard ook op voor het andere genders. In de verkennende oefenperiode is het advies van Benjamin Franklin: “houd voor ge trouwt uw ogen wijd open en knijp ze daarna half dicht”. Dit pleit ervoor om voortaan broodnuchter je relatie te onderzoeken. Want na het huwelijk moet je sowieso je ogen half dicht knijpen. Beetje jammer als je je half verblind in het echt verbindt en vervolgens stekeblind door het leven moet om het draaglijk te houden. Dan kun je het feestgedruis op je buik schrijven en zie je de hoofdtooi van prins carnaval enkel nog in je dromen.

