Waternimf

In het met water doordrenkte landschap is het van belang om wat meer kennis te hebben over de vrij onbekende ondine. Een ondine is een elfachtige mythologische waternimf en komt al voor in een legende uit de periode rond het jaar 1320. Deze legende gaat over een ridder met de naam Peter von Staufenberg die trouwt met een bovennatuurlijke vrouw. Een eeuw later beschreef Paracelsus over een ondine als een watergeest die water tot water kan maken. Ondines worden aangetroffen in bospoelen en watervallen. Ze hebben een prachtige onweerstaanbare stem, die soms gehoord wordt boven het geluid van het water uit. Ondines zijn zielloos, totdat ze met een sterfelijke huwen. Ze verkrijgen de sterfelijkheid als ze een kind baren. Dit motief inspireerde werken in de kunst, muziek en literatuur. In het 18e eeuwse Schotland werden ondines aangeduid als de ‘wrake’ van het water. Door auteurs worden de watergeesten beschreven als wreed, gepassioneerd en bedrieglijk. Meestal hebben ze de vrouwelijke vorm. Zij zijn verantwoordelijk voor schipbreuken en voor het verdrinken van mensen. Deze watergeesten komen ook in onze sprookjes voor. Denk aan de welbekende Deense kleine zeemeermin die in Kopenhagen als beeld is gegoten. Eenmaal gegrepen door de schoonheid en het hypnotiserende zang is er geen kruid gewassen tegen hun vinnige verleiding. Zeelui laten van ontroering spontaan hun waterlanders lopen en worden vrijwillig omhelsd door de dodelijke waterarmen van de ondines. Zouden ze ook levensreddend kunnen zijn of was de kleine zeemeermin van Hans Christian Andersen een positieve uitzondering op de onderdompelende regel? Als vrijgezel, maar ook als in het echt verbonden persoon, kun je een liefelijke lokroep horen, terwijl je al wandelend voorzichtig de plassen ontwijkt. De ondines nemen het namelijk niet zo nauw met de bestaande relaties van mensen. Maar een gewaarschuwd mens, telt voor twee. Blijf uit de buurt, laat je niet betoveren, ook al staat het water ze aan de lippen en zeggen ze dat hun droom uiteenspat als jij ze niet omstrengelt. Het is verdampende verleiding. Zodra deze zielenstelers je in hun wurgende armen hebben toegeëigend, verdwijnt hun tederheid als sneeuw voor de zon. Op dat moment komen ze van een koude kermis thuis. Door jouw ziel in te pikken, ontvangen ze namelijk een radar van ‘goed’ en ‘fout’. Als ze dát hadden geweten, waren ze liever ondergedoken gebleven. Maar het is te laat. De bezielde ondines waarschuwen hun zielloze soortgenoten tevergeefs. Uit frustratie dragen ze water naar de zee. En zo komt er enkel veel onzinnigs voort uit hun drabbige daden.