Smeerwortel

De grijskoude tijden zijn voor de spieren, pezen en gewrichten niet de meest gemakkelijke periode. Als je er de aanleg of leeftijd voor hebt, wil het wel eens meer dan normaal gaan kraken en piepen. Het duurt even voordat je op gang komt. Je bent je veel bewuster van het onderhuids ‘gescharnier’. Het kan stram aanvoelen en pijnlijk zijn. Niet bepaald een pretje dus. Je vraagt je wellicht af waarom je lijf zo zwoegt. Draag je soms veel meer dan dat je eigenlijk aan kunt of dan voor jou bedoeld is? Je zou je wel willen laten smeren in al je roestige randjes. Laat er nu een plant groeien die hiervoor gemaakt is. Het is de Symphytum officinale ofwel de smeerwortel. Symphytum komt van het Griekse ‘sumphuein’ ofwel samengroeien. Het is een plant met grote vlezige ruwbehaarde bladeren en hangende klokjes in de kleur wit, roze of paars. De plant voelt zich het meest thuis op rijke grond aan de waterkant. Als je het blad kneust kun je het op pijnlijke blauwe plekken, kneuzingen en wonden smeren. Het is een soort EHBO-kruid. Smeerwortel zit vol met weefselherstellende en ook bothelende stoffen. Vooral de wortel doet hiervoor goed dienst. De penvormige wortel bevat een gomachtige stof die op zweren en breuken gesmeerd worden. Maar de wortel is ook werkzaam bij vuile en hardnekkige wonden, diepe kloven en reumatische, spier- en zenuwpijnen. Als je een flinke wortel doorsnijdt, zie je dat hij van binnen hol is en dat er zwarte smeer in zit. Het lijkt sprekend op een bot. Zo verraadt deze plant zijn werking overduidelijk. Als je een deel van de wortel afsnijdt en een redelijk stuk terug in de grond stopt, groeit de smeerwortel gewoon weer aan. Zo kun je deze gulgeefse plant met het nodige beleid een onbeperkt aantal keren aansnijden en gebruiken. Hij wordt het meeste tot zalf verwerkt. Smeerwortel gebruik je enkel uitwendig of sterk verdund als homeopathisch middel. Hij bevat namelijk stoffen die de lever belasten als je ze lange tijd inwendig zou gebruiken. Smeerwortel verlicht de last van de letterlijk of figuurlijk kromlopende mens die een zwaar juk te dragen heeft. Dat doet hij heel slim op twee manieren; hij laat óf de vaak verzuurde last zachter worden en geeft ruimte om emoties weer te laten stromen óf maakt het gestel juist steviger zodat de zware last beter gedragen kan worden. Enkel een zeer intelligent schepsel kan dit bedacht hebben. Dit verklaart mogelijk ook waarom de geniale uitvinder Willy, wortel als achternaam heeft gekregen.