Je voelt met een natgemaakte vinger in de lucht van welke kant de wind komt en plaatst de frituurpan op een strategische walmluwe positie. De schalen, pollepels, meters keukenrol en beslag mét en zonder krenten staan keurig opgesteld. De olie begint bellen te blazen. Met je oudste jas en sjaal sta je gekromd boven de borrelende olie. Je probeert dit jaar de bollen zo gelijkmatig mogelijk bruin te laten worden. Je houdt de schoolvoorbeelden van de dorpskraam en de baksouplesse bij Heel Holland Bakt in het achterhoofd. De vetlucht dringt langzaam door in iedere vezel, porie en haarlok. De geur is vertrouwd en leid je terug naar allerlei herinneringen. Naar de kermis, de decembermaand, maar toch vooral naar eerdere jaarwisselingen. Het is inmiddels traditie geworden. En zeg nu eerlijk, er is bijna niets zo heerlijk dan een vers gebakken oliebol. De meeste bollen zijn deze keer helaas weer bepaald geen bollen. Het zijn zelfs uiterst grillige vormen waar je de bolvorm zelf bij moet bedenken. Echte oliegedrochten. Maar dat maakt de smaak er niet minder om! De zogenaamd mislukte ‘krokantjes’ aan de zijkant zijn misschien nog wel het lekkerst! Er komt een heuse oliefant met slurf en drie poten uit de pan. Ineens begrijp je waarom hij zo heet. Ook borrelen verschillende soorten broccolie spontaan op en vliegt er olievaar zonder poten recht vanuit de pan in je mond. Je schrikt een beetje als er een gezichtje met een lange kromme neus komt bovendrijven. Je weet niet wat je ziet en lacht samen met je medebakkers om deze bollentovenarij. Je bakt zoals vaker veel te veel, want je had nog een extra verpakking staan die ook meteen opgemaakt wordt. Het is tenslotte jammer als het meel ‘over de datum’ gaat. De buurt, familie en vrienden delen mee. Dat voelt goed. Dan heeft jouw met vet doorspekte bakoffer nóg meer functie dan enkel voor je eigen gezin en jaarwisselingsgenoten. Je geniet van de sfeer en denkt terug aan het jaar dat achter je ligt. Er is veel gebeurd. Lief en leed. Het leed trekt aan je broekspijpen. Het eist jouw onverdeelde aandacht en doet je pijn. Het lief blijft zacht in een hoekje zitten stralen. In de hoop dat het gezien en herkend wordt. Want zo is lief; het dringt zich niet op, maar het is er altijd. Onvoorwaardelijk. Je ruimt al mijmerend de ravage op. Overal ligt beslag, alles is vet. Maar daar in vier schalen liggen de oliegevallen goudbruin te stralen. Leed trekt zich even terug als lief zacht op je schouder klopt en zegt: er is chaos nodig om te komen tot een mooi resultaat. Met dat in je gedachten poets je alles weer brandschoon en geniet je als nooit tevoren van de zelfgemaakte heerlijke misbaksels.

