Dit delftsgroene bruine bekermos staat te pronken in de servieskast van een keurig kaboutergezinnetje. De zeven gezinsleden zijn ijverige goedzakjes. Iedereen in hun omgeving weet dat zij oprecht en integer zijn. Men weet dat ze de aan hen toebedeelde klussen perfect uitvoeren. Deze kabouters fungeren vaak als steun en toeverlaat van de buurt. Als iemand de weg kwijt is, wordt aan hen de juiste richting gevraagd. De kabouters zullen dan niet zeggen linksaf, naar boven, rechtdoor, naar beneden, terug uit of rechtsaf, maar zullen door de juiste vragen te stellen de zoeker zelf het zuivere antwoord laten vinden. Als deze koddige kabouters je een groene beker aanbieden waarvan ze zeggen dat het toch écht bruin bekermos is, drink je hem vol vertrouwen leeg en geloof je ze op hun blauwe ogen. Als deze kabouters een foutje maken, zou je ervan schrikken. Je verwacht het niet van ze en daardoor valt het erg op. Bij de buren van de kabouters, de familie kobold, worden fouten aan de lopende band gemaakt. Ze hebben er de grootste lol om. Deze kwelgeesten nemen het veel minder nauw. Gek genoeg worden de nonchalantere kobolden veel minder hard aangepakt bij vergissingen dan de brave kabouters. Een vreemd mechanisme. Alsof de lat voor de punctuele puntmutsen door omstanders veel hoger wordt gelegd dan voor de kantjes aflopende kobolden. De hoge kabouterstandaard leidt dus tot onevenredig grote teleurstelling bij een misser. Om de petgooiende kobolden wordt vaak wat gegrinnikt. Ze worden niet zo serieus genomen en hun aangerichte chaos wordt voor de zoveelste keer door de vingers gezien. Omdat de kobolden niet echt zuiver op de graat zijn, schuwen ze wraak niet. Misschien blijft ook daarom de strenge berisping uit. Als deze kobolden je met een stralende lach een groen bekertje aanbieden, ben je op je hoede. Er zou zomaar gif in kunnen zitten. Als je toch drinkt en daarna ligt te kronkelen van de pijn, rollen de lachtranen over de koboldwangetjes. Het is geen stijl. Al met al lijkt het toch het veiligst als je te allen tijde je eigen volgeschonken beker meeneemt. Als je je persoonlijke levensbeker tot op de bodem leeg durft te drinken en de zoete én de door jezelf verkeerd gemengde smaken grondig ‘beproeft’, zul je je persoonlijke heilige graal onherroepelijk vinden. Misschien wel op een toefje bruin bekermos. Tot die tijd kun je de aangeboden vreemde bekers van kwaadwillige kobolden én onkreukbare kabouters om je heen maar het beste aan je voorbij laten gaan en aangeven dat je het voorlopig houdt bij je eigen ouderwets vertrouwde delfts blauwe mokje.

