Van Halloween wordt steeds meer werk gemaakt. Halve huizen worden omgebouwd tot spookgrot of heksenhut. Het blijft niet bij ‘trick or treat’. Op het moment dat je een snoepje pakt, wordt je vinger bijna fijngeknepen door een sensor gestuurd heksje. Blij dat je ze nog alle vijf voelt, loop je verder. Liggende wasmolens lijken gigantische spinnenwebben. Slagersmessen bungelen boven je hoofd. Op diverse plekken mag het wat kosten. Er worden geestige projecties getoond op ramen. De dance macabre klinkt en filmische skeletten dansen. Poppen en animatronics staan te schokken in rook en laserstralen. Wandelend door spinrag, alsof je zelf een pop bent die in een vlinder gaat veranderen, kom je de meest vreemd uitgedoste wezens tegen. Meestal met een akelig grijnzend masker en bloed op allerlei plekken. Verdacht stil kijkend op een stoel in een hoek of plots tevoorschijn springend. Hoezeer je je voorneemt om niet te schrikken, kun je niet voorkomen dat je het even uitgilt. Voor een volwassene met een gevoelige aard is het hard werken. Tot je verbazing lijken sommige kinderen immuun voor de gruwelijke gedaantes. Alsof het tussen monsters lopen dagelijkse kost is. Ze schoppen een huiveringwekkende horrorclown gewoon tegen de schenen. Je voelt je wat eenzaam met je vraag waarom mensen dit zo leuk vinden. Is het de sensatie? Is het de morbide zwarte zijde van onze ziel die af en toe snakt naar afschuw? Boeit het vanuit de angst voor dood en verderf? Geeft overdrijven en de dood recht in de ogen kijken je misschien meer rek en weerbaarheid? Het blijft een raadsel. Of zou de drukte domweg komen door de gratis aangeboden friet met groen of roze heksenoogballensap? In een besloten horrortuin loop je zonder argwaan langs een grafkist waarin een luguber uitgedoste griezel ligt. Je twijfelt of het een pop is. De schijndode komt ineens omhoog en je schrikt je rot. Nu begrijp je waarom er net kinderen huilend uit de poort kwamen. Om je eigen zenuwen tot rust te brengen knoop je een praatje aan met de langharige gekiste creep en zegt grappend dat hij je bekend voorkomt. Dat klopt ook nog, want het blijkt een buurman van verderop te zijn die je geregeld tegenkomt als je de hond uitlaat. Hij vertelt dat het fantastisch is om te doen. Mooi om te zien hoe de ene passant nog meer schikt dan de andere. Je wenst hem beleefd nog veel plezier en loopt met knikkende knieën door. Je conclusie is dat mensen dus zowel genieten van angst aanjagen als van bang gemaakt worden. Je klampt je vast aan je verweerde lichtpuntige lampionnetje terwijl je de balans opmaakt in welke rol je jezelf volgend jaar het beste thuis zal voelen. Als bewust slachtoffer of als gesluierde dader? Je besluit dit aan het moment zélf over te laten. Goed mogelijk dat je doodgewone échte leven al spannend genoeg is.

