Er waren zeven mestkevers al in een boerensloot. Ze waren naast de grote tak bij elkaar gekomen, omdat hun omhoog gevallen interim opperkever hen bijeen had geroepen voor een meeting. Aangezien de mestkevers niet zo houden van praten, begonnen ze meteen schildje te drukken met elkaar. Mestkevers zijn namelijk échte krachtpatsers. Ze kunnen wel duizend keer hun gewicht tillen. Hun tijdelijke opgeblazen leider, de gehoornde mestkever, is de allersterkste onder hun soort en kan zelfs wel zo’n 1141 keer zijn gewicht tillen. De mens zou in dezelfde verhouding 90 ton moeten kunnen verplaatsen. Ze kruien wat af en aan. Ze vreten de uitwerpselen van andere dieren op en woelen ze ook in de grond. Hierdoor wordt de bodem een stuk voedzamer. Maar ook al zijn ze erg sterk, ze zijn tegelijkertijd ook enorm kwetsbaar. Ze staan op het menu van vele dieren, te denken aan vogels, muizen, egels, vleermuizen en kikkers. De verwaande baas vermaande hen tot stilte en aandacht. De kevers hielden zich even in. De oppermestkever begon te vertellen dat er dit jaar door de hoge waterstand erg veel kikkers in de buurt zijn en dat de mestkevers zich op moesten maken voor extra reproductie. Ze mochten niet meer teveel lummelen door doelloos wat poep in te graven. Ze moesten zich gaan concentreren op het maken van bollen en gangen waarin ze hun larves kunnen leggen. Er zouden volgens de prognoses namelijk meer kevers opgevreten gaan worden dan andere jaren en mogelijk zou deze trend zich voortzetten. De kevers dachten er het hunne van. Die tijdelijke zelfingenomen manager van hun kon hen nog meer vertellen. Ze knikten quasi gedwee. Ze wisten dat hun leider eens in de zoveel tijd een steekproef zou komen nemen. Dus ze deden wat hen was opgedragen. Hun leider wist echter niet dat de bollen niet gevuld waren met larven, maar met de zwaarste aarde of kadavers die ze konden vinden. En daarmee gingen ze in het geniep kogelstoten. In plaats van gangen graven, gingen ze geheel hun eigen gang. En zo verstreek de tijd. In het voorjaar kwam de ene na de andere kikker aangesprongen. Ze deden zich tegoed aan de zwarte eiwitrijke spierbundels. Zou die verwaande interim manager dan toch gelijk hebben gehad? Ze zagen met eigen ogen dat zelfs hun spaarzame poppen opgevreten werden. Hun volkje werd snel kleiner. De overgebleven torren voelden zich dom. De arrogante voorbijganger hen blijkbaar een waardevol advies gegeven. Ze hadden het destijds afgedaan als bombastisch gekever. Dat was hen duur komen te staan. Volgende ronde zouden ze zijn raad echt opvolgen. Anders zouden ze hun poppen nooit meer zien dansen. En wat de kevers niet wisten; dat zou ook hun eeuwenoude symbolische betekenis van opstanding en nieuw leven, zonder pardon, onder de groene zoden laten verdwijnen.

