Wat is nou eigenlijk geloof? Geloof zou je kunnen zien als de brug tussen je verstand en je innerlijk weten ofwel het weten van je hart. Het innerlijk weten valt meestal niet te toetsen en bewijzen. Je krijgt het niet helemaal of helemaal niet beredeneerd. Je weet echter heel sterk dat ‘het klopt’. Hoe beter je kunt luisteren naar jouw innerlijke stem, hoe gemakkelijker je herkent wat je ‘gewoon weet’. De kunst is om je eraan over te durven geven, zonder het gevoel te krijgen dat je jezelf helemaal moet begrijpen of dat je jezelf moet kunnen verantwoorden naar jezelf en/of naar de buitenwereld. Als je innerlijk iets weet, kun je dat natuurlijk wel uitdragen. Om iets uit te kunnen dragen heb je je verstand nodig. Je verstand zet datgene wat je niet helemaal kunt begrijpen op een rijtje. Ook al blijft de inhoud ‘vaag’. Zoals het weten dat er meer is tussen hemel en aarde. Hét kenmerk van geloof is dat het juist níet ‘aantoonbaar’ is. En juist aan dit geloof kan een mens veel steun ontlenen. Het gebrek aan geloof in wat dan ook, loopt vaak uit op een grote zoektocht naar andere ankerpunten in het leven. Dat kan uitmonden in minder gezond houvast, zoals hebzucht, najagen van genot en onderdompelen in verdoving. Geloof is een mooie manier om in vertrouwen te kunnen blijven leven, zonder dat je de noodzaak voelt om te grijpen naar allerlei externe spectaculaire stijgijzers. Als je hierin niks herkent, moet je er misschien toch eens aan geloven om te onderzoeken hoe dat nu zit bij jou. Misschien ontdek je dan dat je onbewust een rotsvast geloof hebt. Dat kan het geloof in het grote niets, in de mensen om je heen, in de natuur of in het verloop van het leven zélf zijn. Als je daardoor bergen kan verzetten, dan kun je al je geroeste kunstgrepen rustig naar het oud ijzer brengen. Je zult niet kunnen bevatten hoeveel lichter je je voelt na de verlossing hiervan. Of je (het) nu gelooft of niet.

