Je komt uit bij een tweesprong. Welk pad kies je? Het rechtse pad met karrenspoor oogt wat lichter en breder. Het begroeide linker paadje leidt naar donkerte. Het is al bijna avond. Het lichte pad lonkt, maar je weet niet of je bij je bestemming uitkomt. Van het donkere paadje weet je het zeker. Met wat spanning in je lijf loop je het kleine bospad in. Je voelt je een roekeloos roodkapje en hoopt dat er geen enge jagers of boze wolven tevoorschijn komen. Luisterend naar wat rustgevende muziek loop je flink door om te laten zien dat je niet bang bent. Zie je wel, het gaat goed. Je geniet in een staat van alertheid van de natuur. Je schrikt van voorbij fladderende vogels. Halverwege het pad zie je ineens een tegenligger opdoemen. Meteen denk je: daar zul je het krijgen. Zou het een wolf in schaapskleren zijn? Je besluit ferm door te lopen en je zegt streng tegen jezelf dat sprookjes fantasieverhalen zijn. De eenzame wandelaar blijkt een leuke jongeman te zijn. Hij groet allervriendelijkst en lacht zijn tanden bloot, maar kijkt je wel wat vreemd aan. Je groet hem snel en loopt verder. Je denkt: dat zijn de ergste. Mooie mannen die heel aardig doen. Meende je het nou maar of zag je een lange en scherpe hoektand blikkeren? Met je hart in de keel zet je er nog steviger de pas in en komt ongeschonden bij het uiteinde van het pad. Dichter bij de bewoonde wereld durf je weer diep adem te halen. Poeh, dat heb je zonder kleerscheuren gefikst. Je vindt het triest dat je al deze gedachten hebt en dat je zoveel angst kunt oproepen voor je onschuldige medemens. Je neemt jezelf voor om minder naar het nieuws te kijken, zodat je meer onbevangen kunt zijn. Je loopt naar het café in het dorp en bestelt een drankje. De kastelein kijkt je aan en vraagt of je last hebt van je ogen. Blijkbaar heb je ook na zonsondergang je zonnebril opgehouden. Je zet hem lachend af. Je zegt dat je normaal gesproken niet zo’n zwartkijker bent. De waard vraagt: heb je dan soms last van je oren? Je haalt gegeneerd je oordopjes uit. Je ziet uit je ooghoek dat de waard heel snel langs zijn lippen likt. Hij lijkt verdacht veel op de knappe voorbijganger. Je beseft ineens dat je alleen bent in het café. Het nieuws staat aan en het gaat over de ‘gezenderde’ wolf GW3237m die al een lange tijd niet meer is gespot. Je betaalt snel en gaat er als een haas vandoor. Je hoort honend gelach uit het café komen. Het spreekwoord ‘zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten’, krijgt nu wel een heel vreemde lading. Je draait je om en slaapt daarna rustig verder.

