Vergane glorie

In een onbeduidend Frans dorpje besluit je te gaan genieten van een fluitconcert in het plaatselijke kerkje. Het concert wordt overal in de regio aangekondigd en op meerdere plekken uitgevoerd. De muzikant is gespecialiseerd in het nabootsen van de natuur. Op de bewuste warme zomeravond kies je met behulp van google maps de meest veilige wandelroute. Je vertrekt op tijd, want het lukte niet om een entreebewijs te kopen door middel van de QR-code. Vanuit het groene kustpad beland je in de piepkleine dorpskern. Inmiddels moet je plassen als een reiger. Je loopt naar het verstilde kerkje en ziet daar een oudere man zitten bij een geldkistje. Je koopt je felbegeerde kaartje. Je bent de eerste bezoeker en je vraagt of er nog tijd is om naar het toilet te gaan. Hij verwijst je geruststellend door naar het openbaar toilet. Je komt langs een verpauperd café. Overmand door je hoge nood vraag je: “Avez vous une toilette”? en warempel, een bejaarde kasteleines wijst je wat terughoudend de weg naar achteren. Je ruikt allerlei geuren; ongewassen kleding, ranzig vet en later ook de geur van de wc-pot die jaren niet gepoetst lijkt te zijn. Ademend door je mond om kokhalzen te voorkomen, klater je zo snel als je kunt. Op de tast loop je terug naar het café. De lichtsensor lijkt stuk. Uit beleefdheid neem je een kop koffie die verbazingwekkend goed smaakt. Zonder melk, want meer bederf kun je niet aan. Je waant je in de jaren ‘50. Alles is oud en veel is kapot. Dan loop je terug naar het kerkje. Er zitten zeker vijf mensen. In het middenschip kies je de beste plaats uit. Druppelsgewijs schuifelt nog een twintigtal dorpsgenoten binnen. Het concert start en tot je verbazing zie je dat de kassier tevens de fluitist is. Je meende eerder wel wat overeenkomsten te zien met de foto op de flyer, maar hij is duidelijk ouder geworden en heeft een wilder kapsel. Inwendig lachend luister je naar de nagebootste geluiden van natuurverschijnselen, vissen en vogels. Het wordt steeds curieuzer. Het publiek klapt beleefd. Eén dame dommelt in slaap. Een andere vrouw rommelt met haar hoorapparaat. Het is virtuoos, maar wellicht iets te abstract voor het publiek dat waarschijnlijk enkel luistert naar Franse chansons. Je rug doet steeds meer pijn door de rechte houten kerkbank. Je bent opgelucht als de fluitist zijn laatste toon van de kwartier lange improvisatie uitblaast. Buiten praten de bezoekers wat onbeholpen met elkaar. Je verstaat niet wat ze zeggen, maar ziet dat ze niet weten wat ze van de grillige geluiden moeten vinden. Je concludeert dat alle vergane glorie die avond toch een vluchtig glansje kreeg. Al is het maar door de blinkende zilveren dwarsfluit en het weerkaatste zonlicht op gouden tand van de kasteleines, toen ze wat verward lachte dat ze betaald kreeg voor haar ouderwets gezette tasse koffie.