Zilverschoon

In dezelfde straat als waar Assepoester woonde, woonde een meisje dat veel minder bekend is geworden. Het meisje heette Zilverschoon. Ze woonde in een klein huisje waar alles spik en span was. Haar ouders waren niet rijk, maar hadden wel mooie spulletjes. Die hadden ze geruild tegen de gewassen die ze zelf verbouwden op hun akker buiten het dorp. Zilverschoon leefde als een burgerprinsesje. Haar ouders zorgden ervoor dat ze altijd voldoende en gezond eten hadden, dat Zilverschoon mooie kleren droeg en veel tijd voor zichzelf had. Zilverschoon werd op haar wenken bediend en had dus geen enkele reden om ontevreden te zijn. Toch werd ze dat langzamerhand wel. Ze verveelde zich. Er was geen enkele uitdaging in haar leven. Soms zag ze wat verderop Assepoester kleden uitkloppen. Ze zat vol roetvegen en droeg een versleten schortjurk. Toch zong ze en straalde ze een bepaalde rust uit. Op een dag vroeg ze aan haar moeder waarom ze haar Zilverschoon hadden genoemd. Haar moeder legde haar uit dat ze vroeger kampte met haar spijsvertering en maandstonden. Die gaven haar krampen. Op hun akker groeide allerlei planten en kruiden. Ze ontdekte dat het plantje Zilverschoon niet alleen mooi was, maar ook een ontkrampende werking had. Toen ze wat jaren daarna zwanger raakte van haar, merkte ze dat de spijsvertering eindelijk helemaal rustig werd en haar menstruatie, zoals gewoonlijk tijdens zwangerschappen, uitbleef. Daarom vonden haar vader en moeder de naam Zilverschoon zo mooi bij haar passen. Vanaf die dag troffen de ouders van Zilverschoon haar ieder vrij uurtje, en dat waren er veel, aan in de natuur. Op haar dooie akkertje zocht ze naar plantjes en kruiden. Ze probeerde met ze te praten alsof het kleine mensjes waren en vroeg ze waartoe ze dienden. Vaak kreeg ze het antwoord als idee in haar hoofd en gevoel in haar buik. Ze maakte thee, zalfjes en compressen in hun bescheiden keukentje. Ze raakte er zo in bedreven in dat het hele dorp bij haar aanklopte bij kwaaltjes. Ook Assepoester kwam bij haar langs met wondjes die niet goed wilden genezen. Ze raakten aan de praat en later bevriend. Op een dag keek Zilverschoon zichzelf aan in de spiegel en zag dat haar ogen net zo straalden als die van Assepoester. Zilverschoon werd niet gelukkig door verwennerij, maar juist door intensieve kruidenarbeid. Ook toen Assepoester later introk in  het paleis bij haar prins met het witte paard, riep ze regelmatig Zilverschoons hulp in. Assepoester was dolgelukkig in haar rol als kasteelprinses en Zilverschoon was zielsgelukkig als keukenprinses. Hun rollen waren omgedraaid en juist daardoor leefden ze allebei nog lang en gelukkig.