Polletje Piekhaar is een schoffie uit de sloppen van Rotterdam. Een kind dat voor galg en ra(d)t opgroeit, net zoals Ciske. Polletje figureerde in een boek uit 1935 van Willem van Iependaal en heeft de tand des tijds doorstaan. Deze uitgebloeide distels doen wat aan hem denken; ruig, onbesuisd en wat onverzorgd. Ze lijken ook wat op mensen die nét uit hun bed gestapt zijn; ongekamd en ongeschoren. Iemand met een ‘ontplofte hersenpan’ door overprikkeling die vele impressies teweeg hebben gebracht, zal waarschijnlijk ook gelijkenis zien. De distelstekels probeerden de te diepe indrukken nog wat tegen te houden of door te prikken. Maar het lukte toch niet voldoende. Want na de ‘bloeitijd’ tijdens een groepsbijeenkomst op een concert of een feest, ontstaat er langzaam maar zeker een compacte chaos van indrukken. Een gecomprimeerde belevingsbal. Er worden vele handen geschud, blikken gegooid, smaken genoten, woorden gewisseld, kussen geklapt, geluiden weerkaatst en sferen geproefd. En dán komt het moment dat de bloeiend verstrooide samenballing uiteen klapt in honderden kiemen die de dagen daarna uitgepluisd mogen gaan worden. Eén voor één worden de parachutistjes bekeken. De rijpende sensaties ontrollen zichzelf en nemen daardoor steeds meer ruimte in. De pol wordt steeds omvangrijker. Sommige zaadjes worden tijdens het analyseren verwerkt en verschrompelen meteen. Enkelen blijken leeg te zijn en worden zonder pardon afgevoerd. Andere zaadbeginsels worden bewaard voor later. De meeste kiemen rijpen verder en worden geordend klaargezet in de compartimenten van de bloembodem. Volgens een onnavolgbare kosmische dienstregeling komen er wat verfrissende windvlagen langs. Zij blazen de gerijpte zaden los. Een biljoen frisse startjes worden de wereld in geslingerd. Er ontstaat ruimte en tijd voor nieuwe geluid-, sensatie- en beeldenstormen. En zo vertellen de opvolgende generaties van de distel het vernieuwde verhaal van overgrootopa, net zoals dat in de herdrukken en verfilming gebeurt met de belevenissen van de twee bekende straatschoffies; ze lijken een oneindige houdbaarheidsdatum te hebben.

