Ontspoord?

Een beetje geërgerd plaats je de spullen uit de boodschappenkar op de band. Je ziet namelijk dat je partner een in jouw ogen zoveelste onnodige gadget in de wagen heeft gelegd. De man achter je ziet je irritatie en zegt; “Tja, al die dingen, terwijl we eigenlijk op het milieu moeten letten.” Je knikt hem bevestigend toe als teken dat je het daarmee eens bent. Je volwassen dochter staat naast je. De man zegt vergoelijkend: “Maar het is gemakkelijker gezegd dan gedaan, zeker als je zo jong bent”. Je zegt zuur lachend: “dit is te danken aan mijn partner, niet aan haar. Maar het is ook lastig om het goed te doen inderdaad.” De man kijkt je mild aan alsof hij de profeet zélf is en zegt zalvend: je kunt heel veel goeds doen hoor. Positief denken bijvoorbeeld.” Even ben je verbaasd, maar je laat je van je beste kant zien. De man heeft namelijk een paar prachtige blauwe indringende ogen. Je zegt: “Daar begin ik iedere dag mee”. Hij: “Beginnen? Ik kan niet meer anders…” Je voelt je direct duidelijk de mindere. Je hebt de keus om ‘op te gaan bieden’, maar daar heb je geen zin in. In plaats daarvan besluit je zijn geheim te ontfutselen. Belangstellend vraag je: “Kunt u werkelijk nooit anders dan positief denken?” Hij geeft aan dat je dat goed begrepen hebt. “Nou”, zeg je, “zóver ben ik helaas nog niet. Maar ik geloof dat ú dat kunt”. Hij vraagt op zijn hoede: “Hoe weet je dat dan?” Je zegt overtuigd: “Ik zie het aan uw ogen”. Daar neemt hij genoegen mee. Al spullen stapelend vraag je door: “Hoe hebt u dit bereikt? Is dat een proces geweest of een plotselinge gebeurtenis?” Je bent namelijk bereid van dit soort verheven zielen te leren. Hij denkt even na en antwoord wat ontregeld: “Ik denk dat dit gebeurt op het moment dat je daar rijp voor bent”. Je glimlacht wat geforceerd en zet noest de band verder vol. Je komt uit bij een vriendelijke jonge kassamijnheer. Hij heeft er moeite mee om de bioscoopkaart op te laden met het gekozen bedrag. Hij moet de filiaalmanager erbij roepen. De zonnige man achter me zegt, uiteraard minzaam lachend, tegen de onschuldige kassier: “Oh jee, nu krijg je een waarschuwing en daarna vlieg je eruit. Zo gaat dat toch tegenwoordig?” De manager is ‘not amused’ en zegt met vuur schietende ogen: “Nou mijnheer, zo gaat dat hier niet. Hoe komt u daarbij?” Je ziet met plaatsvervangende pijn de positivo even wegkwijnen. In een tel hervat hij zich en glimlacht weer gezichtsbreed. Op weg met je volgeladen kar die je partner op het laatste moment nog volstouwt met zes maxi-pakken toiletpapier, kijk je nog eens achterom. Je krijgt met geen mogelijkheid nog oogcontact. Jammer, want het was een bijzondere ontmoeting. Het gesprek herhalend in de auto leidt tot meewarige blikken van je medepassagiers en je krijgt diverse vragen. Of je vindt dat deze man spoorde? Of je écht denkt dat hij het licht heeft gezien? Je weet het niet. Wat je wél weet is dat je het licht in ieder geval niet ongevraagd voor een ánder moet aandoen. Dat veroorzaakt hoe dan ook kortsluiting en doorgeslagen stoppen…