Mensen willen altijd meer. Nog nét dat stapje hoger voor een mooi uitzicht. Nog één boek meer lezen, voor aanvulling van dat ontbrekende tikkeltje inzicht. Een schepje meer eten voor de honger die komt. Het groene truitje, omdat dat nu nét de kleur is die in je garderobe ontbreekt. En ga zo maar door. Het is niet goed en niet fout. Het maakt dat we blijven vernieuwen en ontwikkelen. Mits we deze drive op de juiste manier inzetten. Steeds zou kunnen worden afgewogen of ‘het meer’ ons werkelijk aanvult tot een rijker mens of dat het ons juist ‘bezwaart’. Dat kan zijn in kopzorgen, omdat het bezit te groot wordt om er nog luchtig mee om te kunnen gaan. Ook kan het letterlijk te zwaar worden. De tjokvolle kasten met spullen waar je geen afstand van kunt doen. De zwoegende lijven die zich geen raad meer weten met de hoeveelheid vet- en suikerrijk voedsel. De koffer die je niet meer dicht krijgt, zonder er bovenop te gaan zitten. Het ‘teveel’ levert instortingsgevaar op. Van de kast, het lijf of het vliegtuig.
In onze maatschappij die bol staat van de tweedehands winkels, kan iedereen zich vrij eenvoudig en betaalbaar voorzien van nuttige en onnodige spullen. Het komt dan aan op je het bewaken van je eigen behoeftes en hebzucht. Regelmatig lossen van het overbodige hoort daar ook bij. Dan blijft het allemaal in evenwicht. Als je dingen op de kop kunt tikken die je prachtig vindt of waarnaar je al lang op zoek bent, ben je opgetogen als een kind. En het fijne van genieten is dat je daar ook nooit genoeg van krijgt, maar dat het ook niet met mate hoeft! Als het even kan wel met maten, want samen genieten kwadrateert de uiterst veilige blijbeleving.

