Wil de peen?

Soms hoor en zie je dingen die niet voor jouw ogen en oren bestemd zijn. Dat kan erg gênant zijn. Je wilt niet afluisteren. En toch komen de geluidstrillingen herkenbaar in je slakkenhuis terecht. Dit gebeurt bijvoorbeeld in het openbaar vervoer en tijdens het trekken van baantjes in het zwembad. Je zwemt je tamelijk geruisloze schoolslag en je kunt er echt niks aan doen dat je flarden van langs zwemmende zever opvangt. Het is een gesprek tussen jonge vrouwen. Het gaat over vrienden en vriendinnen die mogelijk bij elkaar zouden passen. Dan hoor je de stellige uitspraak: “Ze moet haar maar tongen! Waarom dan? Omdat ze dat wil”. Je duikt licht geschokt door de directheid even onder water om te voorkomen dat je nog meer ongewenste details hoort. Braaf naar de aangrenzende baan gewisseld om retour te kunnen zwemmen, hoor je een voorbij drijvend viergesprek kabbelen. Het viertal zwemt in heengaande richting in een soort treintje in de buurbaan. Het lijkt wel een synchroonzwemmende paringsdans. De voorste twee zijn van het mannelijke geslacht en voeren een soort staande rugslag uit. De achterste twee zijn dames en zwemmen hun sierlijkste schoolslag. De mannen gaven hun mening over een uitspraak van de dames. Je vangt op: “…maar dat wil niet zeggen dat zijn zaad niet in orde is. Mijn oma dronk iedere dag jenever en rookte zware sjek. Ze is 94 jaar geworden en kreeg 9 kinderen”. Wederom duik je snel onder om het zwemkwartet de nodige privacy te gunnen. Op de hoogte van twee keurig ogende oudere heren hoor je ze zeggen: “Én…, wil de peen nog een beetje”? Je gaat er maar vanuit dat je het verkeerd hebt verstaan, want later zie je dat de man wat last lijkt te hebben met zijn rechterbeen. Terug in het ‘tongbaantje’ hoor je het gesprek verder gaan. Je hoopt op een wat zediger onderwerp. “Ze zal het bed toch wel verschoond hebben? Denk je dat? Forget it.” Je denkt; ah gelukkig; onderwerp ‘huishouden’. Je verstart als je hoort: “Ze zou eerder in staat zijn om het zaad op te zuigen.” Je verslikt je in een golfje en ploetert hoestend snel verder. Je vraagt je af of het thema ‘lichaamssappen’ centraal staat, omdat het lente is. Aangekomen bij een volgend vrouwelijk zwempaar van middelbare leeftijd vang je op: “Ik doe alles samen, maar dít doe ik als één van de weinige dingen alleen”. Uit pure wanhoop wil je opnieuw onderduiken, tot je de term ‘Santiago’ hoort vallen. Een zucht van opluchting. Er zijn ook nog mensen die beschaafde gesprekken voeren. Je zou op dat moment ook wel in je eentje in de serene bergen willen wandelen in plaats van zwemmen in die tot schaamrood kleurende vijftig tinten blauw. Wat klinkt dat rustgevend en verheven! Hebben al die onbedoelde afgeluisterde gesprekken gelukkig tóch nog een zedig zaadje bij je geplant.