Let’s tango

Er zijn weinig dingen zo intiem als samen gracieus dansen. Als je deze twee uitgebloeide narcissen in de tangohouding ziet staan, krijg je toch nostalgische gevoelens? De beweging van het lichaam op muziek is vast ooit eens begonnen met primitieve volksdansen. Met z’n allen rond het kampvuur of klompendansend in een kring. Later ontwikkelden zich allerlei dansstijlen. Zo deden de charleston, de diverse walsen en chachacha hun intrede. Dansles nemen was toen nog heel gewoon. Heel vroeger was het wekelijks dansen in de plaatselijke zaal met houten geboende vloer hét uitje van de week. Daar ontmoetten de mensen elkaar en niet zelden leidde dat tot levenslange vriendschappelijke en romantische verbintenissen. De generatie daarna ging in de regel enkel nog op dansles om tijdens de openingsdans op de bruiloft geen modderfiguur te slaan. Maar dansen doen we gelukkig nog steeds! Tegenwoordig is er een wildgroei ontstaan van allerlei dansvormen, zoals streetdance, riverdance, breakdance, hip hop, zumba, biodanza en (jazz)ballet. Opvallend veel moderne dansvormen zijn vrij solistisch. Dát is wel een beetje jammer. Hoewel je in een dansgroepje zeker ook veel verbinding kunt voelen door continu op elkaar in te spelen, is het toch anders dan samen als één lichaam over de vloer proberen te glijden. Het zorgt voor een bijzondere verbinding waarbij het al snel voelbaar is of ‘het past’. Deze twee narcissen lijken zichzelf totaal op hun gemak te voelen en geen gêne te voelen als ze zich overgeven aan het ritme en elkaar. Ze lijken een goede chemie te hebben. Ze zullen na wat oefening vast in aanmerking komen voor ‘Goud-Ster’. Het kan natuurlijk ook anders lopen. Je kunt het treffen dat je met iemand danst waarmee je totaal geen cadans kunt vinden. Dat wordt dan een hink-struikel-sprong gebeuren. Met de kaken op elkaar kun je het blijven proberen. Je probeert de leiding nu echt op het juiste moment te nemen of andersom; je probeert je voor het eerst in je leven nu eens helemaal te laten leiden. Je kunt doen alsof je je tenen helemaal niet voelt als de ander er voor de vijfde keer op trapt. Dit kan leiden tot dolkomische situaties waarin je het, hopelijk samen, bescheurd van het lachen óf het veroorzaakt irritatie, frustratie, schaamte en teleurstelling. Ook dat geeft helderheid. Als het ondanks het gestrompel tóch blijkt te klikken, ga je waarschijnlijk zo snel mogelijk samen een andere hobby zoeken. Óf je neemt onder een zacht mompelend excuus “tja tja tja, wat is dit voor een k-dans” afscheid en zoekt met je ogen naar een andere, meer ritmisch ogende dansgenoot. In de hoop dat je met dat muziekmaatje wel voor héél even in die bijna in elkaar overvloeiende extatische eenheid kunt geraken…