Heb jij dat ook? Moeite met overgangen? Een voorbeeld is het zwembadbezoek. Vol goede moed pak je je tas in. Misschien trek je je zwempak alvast onder je kleding aan. Dat scheelt weer een paar telefoontjes in het krappe kleedhokje, veroorzaakt door een stoot tegen het elektrische botje in je elleboog. Je neemt je handdoek, borstel en shampoo mee. Ook al weet je dat het niet op prijs wordt gesteld als je je haren daar staat te wassen in de groepsdouche én dat je het risico loopt weggestuurd te worden met schuimkop. In het kleedhokje sta je te klungelen met een kleerhanger waarop je je winterkleding alleen dankzij je origami-vaardigheden opgehangen krijgt. Je duikt je inmiddels goed opborgen tas in voor het vergeten kluismuntje. Vervolgens hoop je dat het slot werkt en heb je zo’n armbandje met sleutel in je handen. Dat bindt je met wat moeite aan je enkel of pols. Slippers aan om sluipende schimmels te voorkomen. Door de kou in de gang en de eerst wat frisse douche, moet je ineens plassen. Raar, want je was thuis ook nog naar de wc geweest. Geïrriteerd loop je met je natte pak naar het toilet om jezelf netjes te laten afwateren. Met wat schurend geschuif krijg je de zaak vrij en kun je het closet verder vullen. De bril wordt drijfnat door het douchewater. Om je opvolger een prettige ervaring te kunnen geven, wrijf je de bril droog met wat wc-papier dat blijft plakken aan je natte handen. Met veel moeite pluk je dat weg en ben je verlost. Enigszins getergd door al deze handelingen, loop je met je tas naar de hal van het zwembad. Je plaatst je tas bovenop de kastjes, want alles is door jouw toiletvertraging natuurlijk tjokvol. Vervolgens loop je naar het meest geriefelijke trapje, doe je net op tijd je slippers uit en daalt heel rustig af het zwembad in. De reeds zwemmende mensen spreken je bemoedigend toe en zeggen dat de temperatuur echt prima is als je eenmaal aan het zwemmen bent. Met de kaken op elkaar en serene glimlach om je mond, spreek je jezelf vermanend toe dat het echt goed te doen is. Krampachtig maak je de eerste slagen en na vele steeds soepelere baantjes ga je er maar eens uit. Wat voel je je zwaar en onhandig als je weer op het droge staat. Oh jee, je moet wéér plassen. Zou dat chloorwater dan toch door je poriën naar binnen sijpelen? Wat meer geroutineerd voer je de klevende toiletgang uit. Opnieuw bibberend door de kou, plons je nog één keer in het lauwe zwembadwater. Dan moet je er toch écht uit. Het omgekeerde ritueel vindt plaats. Nu is het de kunst om zo droog en schoon mogelijk, grondplassen ontwijkend, in de kleren te komen. Met natte haren bij de uitgang voel je je, ondanks de waterige ontberingen, voldaan en besluit er thuis een natte deken op te nemen…

