Sint-jacobsrups en vlinder

Er was eens een aartsluie zebrarups met de naam ‘Zero’. Het enige waarover Zero zich druk hoefde te maken was dat ze in de buurt bleef van voldoende groene blaadjes en gele bloempjes. Het liefst van het giftige jacobskruiskruid. Doordat zij dit gif binnen kreeg, werd ze zelf ook giftig voor haar natuurlijke vijanden. Als haar geel-zwarte signaalkleuren ze al niet intimideerden, deed het gif zijn werk wel. Alle buurtvogels kende het gevaar. Ze kon daardoor volledig onbezorgd en rustig kauwend in de zon zitten, zonder zelf vogelvoedsel te worden. Op een dag had haar plant enkel nog taaie stengels te bieden. Zero was een vegetariër. Toen ze zag dat haar zusjes en broertjes elkaar opaten bij gebrek aan groenvoer, besloot ze met wat tegenzin toch maar sloom slenterend op zoek te gaan naar een andere plant. Ze vrat het nieuwe exemplaar op, werd moe en voelde dat het tijd werd om zich in te graven in de grond. Van een voorbij vliegend zwart-rood vlindertje had ze gehoord dat dit het beste was wat een zebrarups kon doen. Het sluimerend vegeteren onder het zand beviel haar inderdaad ook uitstekend. Toen het voorjaar aanbrak, kwam ze weer bij haar positieven. Tot haar verbazing voelde ze de aandrang om in actie te komen. Uit de grond kruipend, merkte ze dat ze tijdens haar winterslaap enorm was afgeslankt. Zero keek met haar oogjes net boven het zand uit en zag weer zo’n rood-zwarte vlinder zitten. “Hee”, zei Zero, “weet jij toevallig welke dag het is?” Het is begin april zei de sint-jacobsvlinder. “Goh, dan heb ik lang onder de grond gezeten. Vandaar dat ik me zo vreemd voel. Eens kijken of ik naar een plant kan kruipen voor wat blad.” “Maar, jij hoeft helemaal niet meer te eten en kruipen”, zei de vlinder. “Het enige wat jij moet doen is 300 eitjes leggen onderaan het blad van je lievelingsplant.” Zero keek de vlinder vol verbazing aan. Vliegen? Niet meer eten? Fladderend bij de plant aangekomen, deed Zero maar wat haar gevraagd was en legde een massa eitjes. Ze kon de prachtig gele bloemen echter toch niet weerstaan. Uit gewoonte wilde ze bijten, maar dat lukte niet meer. Ze probeerde haar tong uit te rollen, maar ook die had ze verloren. Toen merkte ze dat ze eigenlijk helemaal geen honger had. Wat een weldaad! Nu ze geen blad meer voor de mond hoefde te nemen, had ze nog grotere zeeën van tijd om te relaxen! Toen Zero een voorbij knagende zebrarups zag, adviseerde ze: “kruip na het eten onder de grond. Dat is het beste wat je kan overkomen.” De rups stak tientallen duimpjes omhoog als teken dat hij het had begrepen. En zo leefde Zero in haar derde levensfase opnieuw luierend verder onder de naam ‘dagactieve nachtvlinder’ en deed die naam, buiten wat advieswerk aan zebrarupsen om, op geen enkele wijze eer aan. Ze genoot de rest van haar leventje met lome en trage teugen van het niks doen.