Heb je ze gezien? Ze zijn in ‘hun’ vakantie op veel plekken alweer stilletjes uit hun bolletje gekropen! Deze krokussen lijken de zon een zoentje te willen geven. Hun prachtig geel-oranje stampers doet denken aan saffraan die gewonnen wordt uit de Crocus sativus die van origine in Iran, India en het Middellandse zee gebied groeit. Saffraan, het dieprode goud, is een peperdure sterk aromatische en enigszins bittere goudgeelkleurende specerij. Voor 1 gram saffraan zijn maar liefst 200 tot 450 bloemen van de Crocus nodig. De Crocussen bloeien slechts 10 dagen. De oogst moet ’s ochtends vroeg gebeuren, als de bloemen net open zijn gegaan. Daarna moeten de stampers direct van de bloem worden ontdaan en worden gedroogd door verwarming. De juiste temperatuur is dan ook van belang. Saffraan werd door de rijken der aarde ook gebruikt als parfum. Zoals met alles wat kostbaar is, probeert de mens te sjoemelen. Saffraan werd vervalst door de bloemen van de saffloer ofwel de Carthamus tinctorius. Dit is een eenjarige distelachtige plant. Deze saffloer mist het bijzondere aroma van saffraan. De stampers zien er ook anders uit, zodat de vervalsing te herkennen is. Ook werd de Geelwortel, Curcuma longa L. werd ervoor gebruikt, omdat deze dezelfde kleureigenschappen heeft, maar iets anders smaakt. Deze vervalsingen werden heel ernstig genomen en in Neurenberg (1358) werd de ‘Saffranschau’ ingesteld. De straffen logen er niet om. Saffraan wordt al sinds zijn eerste bekendheid in de geschiedenis ook als zeer kostbare natuurlijke kleurstof gebruikt. Er werd wol, zijde en stof oranjegeel mee gekleurd om de sociale status en religieuze functies aan te duiden. Met de wol en zijde werden vervolgens kledingstukken geweven of tapijten geknoopt. De eindgebruiker beseft meestal niet wat er aan zijn zalfje, maaltijd, kleed of tuniekje ten grondslag ligt. De vele eeltige, verbrande handen die de stampers oogstten, de miljoenen bloemen die het loodje moesten leggen en het arbeidsintensieve zorgvuldige werk om de saffraan goed te drogen en te verwerken. Om dan nog niet te spreken over de noeste arbeid en de kromme ruggen van al die mensen die de maaltijden bereidden, de kledingstukken maakten en de tapijten knoopten. Niet zelden in de meest erbarmelijke omstandigheden. Het besef van deze enorme ketting van inspanningen en offers die gebracht worden om te kunnen overleven én om de uiteindelijke koper te plezieren, leidt mogelijk tot zorgvuldiger kiezen, meer respect en dankbaarheid voor al hetgeen ons wordt aangeboden. Laten we, nu het nog kan, net als de krokussen, de zon zoenen dat we onder dit gesternte zijn geboren.

