Carnaval ofwel ‘carne valere’: hét feestje waarbij het vlees regeert en je even al je zorgen los kunt laten. Je verstopt jezelf achter een masker, kruipt in een andere rol en host wat rond van het ene café naar het andere. Met een spa vla, sneeuwwitje, een 0.0 of een authentiek peperduur gebrouwen biertje in een plastic beker maak je het leven even wat gezelliger. Sommige mensen hebben het echte gerstenat nodig om zich lollig te gaan voelen. Er moet een flinke dosis nevel in het bloed gaan suizen om de harde kanten die het leven nu eenmaal ook heeft, te kunnen verdoezelen. Andere mensen hebben die verdovende werking niet nodig of verafschuwen hem zelfs, omdat het niet goed bevalt en een wat afvlakkend effect heeft. Zij willen juist alles zien en meemaken; precies zoals het is. Ze wensen geen camouflage. Wat maakt carnaval nou zo’n leuk feest? Een buitenstaander snapt er vaak niks van. Het gaat voor veel feestneuzen naast de alcohol vooral om de ‘ontmoeting’. In twee betekenissen in dit geval. Er moet even helemaal niks, alleen rondhangen, zingen, dansen, kletsen, drinken en rondkijken. Eventueel wat pronken met de carnavalswagen die samen bouwde met je verenigingsgenoten. Sommige mensen dweilen wat rond met hun orkestje. Tijdens carnaval kun je, zeker in je eigen woonplaats, prima in je eentje op stap gaan. Je komt dan heel waarschijnlijk oude klas-, club- of buurtgenoten tegen. Misschien ook wel vrienden waarmee de vriendschap wat is verwaterd en ex-geliefden waarvan je de naam vergeten bent. Of wildvreemden die allerhartelijkst blijken te zijn. De harten zijn open en de gezichten staan blij. De weg is vrij om de ander te zien. Het zal vaak bij een vluchtig contact blijven, maar er ontstaan ook levenslange liefdesrelaties. Carnaval heeft een sfeer waarin de formaliteiten en gêne nog meer wegvallen dan tijdens het normale uitgaan. Misschien komt dat door de ‘vibe’ uit het verleden. Mensen uit vorige generaties beseften goed dat ze na de vier dagen lol, veertig dagen lang de vastentijd in gingen. Zonder (veel) vlees en zonder zoetigheid. Carnaval was de laatste uitbundige ontlading voorafgaand aan een lange periode van onthouding ofwel carnem levare: vaarwel aan het vlees. Vanuit het memento mori-gevoel, bedenk dat u moet sterven, ontstaat er een extreem carpe diem-gevoel tijdens die dolle dagen. De dag wordt niet geplukt, maar bijna doodgeknuffeld. De voorbij dansende Marjannekes worden ontvreemd van hun beste hop. Ze zullen misschien wat minder poppetjes laten dansen, maar het zal resulteren in de heerlijkste drank. Je zult wensen dat je die bitterzoete smaak van het vieren, nog vele malen opnieuw mag proeven. Geen griepgolf waarbij het vlees wraakzuchtig opnieuw regeert, is hoog genoeg om je daarvan te laten weerhouden.

