Onderonsje

Er was eens een leguaan die voelde met zijn derde oog onder de schub tussen zijn ogen, dat het weer licht werd. Zijn zonnepaneeltje vroeg om de nodige voeding. Tijd om met zijn vaste compagnon de dagelijkse slepende tocht naar het stralende strand te maken. Daar aangekomen zegt de ene leguaan tegen de andere: “Hé, ken je dat liedje nog van:

Leguaantje zo groen als gras, ging weer wandelen zonder jas,

en de zon scheen op zijn bolletje, daarom kroop hij uit z’n holletje.”

“Hahaha”, schuddebuikte de andere leguaan. “In mijn familie zongen ze het anders:

Leguaantje zo grijs als rots, ging uit wandelen met zijn trots,

maar de zon vergat z’n bolletje, daarom dumpt hij het parasolletje.”

De twee gnuifden schamper: “Wat een vreselijke teksten.” De draken van vrienden hadden wat verbeten plezier. Statler & Waldorf, de roepnamen van de twee Antilliaanse groene leguanen, begonnen wat met elkaar te converseren. Ze grepen graag terug naar vroeger tijden. “Zeg, weet je nog dat we in een vorig leven als twee oude Muppet-mannetjes neerkeken op het publiek en onze mening klaar hadden over alles wat we zagen en hoorden? Kritiek dat we hadden en scherp dat we waren! Wat hadden we toen een lol en een fantastische toppositie. Vanaf ons hoge balkon riepen we uit over het gepeupel en daardoor hadden we een grote mate van onschendbaarheid. Zie ons hier nu eens zitten in het zand. Tussen de toeristen die in een soort van gruwende verrukking naar ons komen kijken, ons fotograferen en vervolgens snel verveeld raken, omdat ze ons niet méér zien doen dan zonnebaden. Ze moesten eens weten wat er in ons reptielenbrein schuil gaat.” Statler & Waldorf vroegen zich af wat ze verkeerd hadden gedaan in hun vorige leven, zodat ze nu geïncarneerd waren in deze vorm. Of is deze incarnatie toch vooruitgang? Toen ze dat uitspraken, lagen ze in een deuk. Ze zagen in gedachten al die mensen al als leguanen voor zich. Hun eigen volgende ronde zal zich dan wel in zee afspelen dachten ze tegelijk. Dat zou de grootste grap van hun leven zijn. En iedereen maar denken dat hoe hoger je je van de grond kunt verheffen, hoe verder je ontwikkeling reikt. Hun vriend, de zee-leguaan, kon hen misschien vertellen of zijn waterstadium weer een stapje vooruit was. Per flessenpost zei hij zes weken later dat hij het echt niet zou weten. Hij herinnerde zich enkel dat hij zand in de ogen gestrooid kreeg en dat probeerde uit te spoelen. Toen hij merkte dat hij kon zwemmen, is hij maar in de oceaan gebleven en vond dat prima. Met blosjes van verbazing op hun vergrote sublabiale wangschubben en hun van angst maximaal opgezette keelwammen en stekels besloten Statler & Waldorf iedere dag zoveel mogelijk moppen te tappen. In de hoop dat ze in hun volgende levensavontuur niet verder af zouden glijden en nog steeds konden genieten van hun, soms enigszins bedorven, spraakwater.